Bewaring – Gezin met minderjarigen – Onvoldoende individuele motivering voor toepassing zwaarste middel – ECLI:NL:RBDHA:2025:12940
Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 13-05-2025 | NL25.20793 | Guinese nationaliteit – beroep gegrond – schadevergoeding toegekend
Feiten en Procesverloop
Op 6 mei 2025 zijn een Guinese moeder en haar vier minderjarige kinderen in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw 2000, met als doel overdracht aan Italië op basis van de Dublinverordening. De minister stelde dat sprake was van risico op onttrekking. Op 12 mei 2025 vond de zitting plaats te Utrecht.
Overwegingen Rechtbank
- Beoordelingskader
In bewaring gestelde gezinnen met minderjarige kinderen vallen onder een strengere motiveringsplicht vanwege het ingrijpende karakter van vrijheidsontneming. Volgens paragraaf A5/2.4 Vc 2000 dient de minister per individueel geval concreet te motiveren waarom een lichter middel ontoereikend wordt geacht. - Motivering van de minister
De minister stelde zich op het standpunt dat eiseres onvoldoende medewerkingsbereidheid toonde en eerder afspraken over overdracht naar Italië niet was nagekomen. Volgens het besluit gaf eiseres tijdens een vertrekgesprek aan niet vrijwillig te zullen vertrekken, en had zij daardoor laten zien dat zij zich mogelijk zou onttrekken. Ook werd gesteld dat zij niet meer traceerbaar zou zijn geweest buiten bewaring. - Oordeel rechtbank: motivering onvoldoende individueel en onjuist onderbouwd
De rechtbank wijst dit af op de volgende gronden:- Geen vertrekplicht, slechts medewerkingsplicht
Op het moment van bewaring gold voor eiseres slechts een medewerkingsplicht. Omdat de overdracht naar Italië nog mogelijk was (de overdrachtsdatum verloopt pas op 9 december 2025), kan niet worden gezegd dat eiseres zich aan een vertrekplicht onttrok. De minister miskent hiermee het verschil tussen een formele vertrekplicht en een plicht tot medewerking aan overdracht. - Recent meewerkingssignaal genegeerd
Tijdens het vertrekgesprek op 10 maart 2025 gaf eiseres expliciet aan dat zij wel degelijk zou meewerken aan overdracht, indien de rechtbank uitspraak had gedaan. Die medewerkingsbereidheid – geuit tijdens een recent en relevant moment – is ten onrechte buiten beschouwing gelaten. De minister baseerde zich enkel op eerdere verklaringen die niet meer actueel waren. - Traceerbaarheid en verblijf in AZC
Gedurende de gehele periode verbleven eiseres en haar kinderen in een opvanglocatie (AZC). Zij waren dus volledig traceerbaar, wat pleit tegen de aanname van onttrekkingsgevaar. De minister motiveerde niet waarom, ondanks deze constante beschikbaarheid, geen gebruik kon worden gemaakt van een alternatief voor detentie. - Zorgplicht bij gezondheidsproblemen minderjarige
Eiseres verklaarde dat zij in Nederland bleef in verband met de gezondheidstoestand van haar zoon. De rechtbank merkt op dat de minister deze verklaring niet nader onderzocht of afgewogen heeft, wat in strijd is met de zorgvuldigheidsplicht. In het bijzonder bij kinderen vergt de belangenafweging een expliciete en inzichtelijke motivering. - Onjuiste stelling overdrachtsdatum verlopen
De minister stelde dat eiseres zich had onttrokken en dat de overdrachtsdatum zou zijn verstreken. Uit het dossier blijkt echter dat deze pas verstrijkt op 9 december 2025. Dit onjuiste uitgangspunt ondermijnt de rechtvaardiging van de maatregel. - Geen individuele afweging conform A5/2.4 Vc 2000
De minister gaf geen afdoende individuele motieven waarom in dit specifieke geval – een gezin met vier jonge kinderen – niet kon worden volstaan met een lichter toezichtmiddel, zoals meldplicht of borg. De motivering is algemeen en repetitief, zonder feitelijke onderbouwing waarom dit gezin een risico op onttrekking zou vormen.
- Geen vertrekplicht, slechts medewerkingsplicht
De rechtbank concludeert dat het besluit tot bewaring vanaf het begin onrechtmatig was wegens het ontbreken van een dragende, concrete en actuele motivering.
Conclusie en Gevolgen
De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De bewaring is vanaf aanvang onrechtmatig en wordt opgeheven. Eiseres en haar vier kinderen hebben recht op schadevergoeding: € 100 per persoon per dag, gedurende 8 dagen, dus in totaal € 4.000. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten à € 1.814.
Noten