Strafdetentie schort vrije termijn terugkeer niet op

Bewaring – Zorgvuldigheid na strafdetentie en zicht op uitzetting (Spanje) – ECLI:NL:RBDHA:2025:12929

Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 16-05-2025 | NL25.20328 | Spaanse nationaliteit – beroep ongegrond – geen schadevergoeding

Feiten en procesverloop

  • Maatregel bewaring opgelegd op 11-04-2025 op grond van art. 59, eerste lid, onder a, Vw 2000; zitting 12-05-2025. Eiser stelt Spaanse nationaliteit te hebben.

Overwegingen rechtbank

  1. Bewaringsgronden
  • Zware gronden 3a–3c en lichte gronden 4a, 4c, 4d, 4e aangevoerd; 4e ter zitting niet gehandhaafd. De overige gronden zijn niet betwist en door de rechtbank feitelijk juist en dragend geacht; daarmee is onttrekkingsrisico gegeven.
  1. Zorgvuldigheidsbeginsel
  • Eiser: na strafdetentie (vrij op 04-04-2025) had minister 28 dagen voor zelfstandig vertrek moeten geven; beschikking tot beëindiging Unierechtelijk verblijf zou niet zijn uitgereikt.
  • Rechtbank: beschikking van 23-01-2025 is op 05-02-2025 met tolk uitgereikt en bevatte een vertrektermijn van één maand; detentie schortte die termijn niet op. Na 04-04-2025 heeft eiser geen stappen voor vertrek gezet. Geen schending zorgvuldigheid.
  1. Zicht op uitzetting (Spanje)
  • Vlucht van 09-05-2025 ging niet door wegens verzet van eiser; poging later die dag strandde door gebrek aan escorts; lp geldig tot 10-05-2025; nieuwe lp-aanvraag ingediend. Voldoende zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.

Conclusie en gevolgen

  • Beroep ongegrond; verzoek schadevergoeding afgewezen; geen proceskostenveroordeling.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder