LP-aanvraag nagelaten tijdens strafrechtelijke detentie: bewaring onrechtmatig van aanvang af
Rb. Den Haag | zp Roermond | 05-01-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:33 | NL25.62751 | Vreemdelingenrecht (art. 59 Vw 2000) | Beroep gegrond
Feiten en procesverloop
Eiser (Marokkaanse nationaliteit, in Nederland geboren in 1990) had rechtmatig verblijf totdat zijn verblijfsvergunning op 1 december 2017 werd ingetrokken. Het terugkeerbesluit stond per 8 oktober 2024 in rechte vast. Van 24 oktober tot 21 december 2025 verbleef eiser in strafrechtelijke detentie; de minister heeft gedurende deze gehele periode geen LP bij de Marokkaanse autoriteiten aangevraagd. De LP-aanvraag vond pas op 24 december 2025 plaats, na de oplegging van de bewaringsmaatregel op 21 december 2025. De minister stelde dat een LP-aanvraag vóór de einddatum van de strafrechtelijke detentie het risico meebrengt dat de LP vóór het ontslag wordt afgegeven.
Overwegingen rechtbank
Inspanningsplicht vóór oplegging maatregel: Op grond van art. 15 Richtlijn 2008/115/EG moet bewaring zo kort mogelijk duren. Dit vereiste geldt ook voor de periode vóór de oplegging. De minister had gedurende de bijna twee maanden strafrechtelijke detentie een LP kunnen — en moeten — aanvragen, nu eiser steeds beschikbaar was.
Verwerping Afdelingslijn: De jurisprudentie dat schending van de inspanningsplicht slechts een af te wegen omstandigheid oplevert (ECLI:NL:RVS:2023:2631 en ECLI:NL:RVS:2025:2131) wordt verworpen als onverenigbaar met het Unierechtelijk vereiste in ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar). De schending maakt de bewaring onrechtmatig van aanvang af.
Verwezen naar ECLI:NL:RBDHA:2026:29 (deze rechtbank en zittingsplaats): verwijdering is een verplichting, geen bevoegdheid.
Conclusie en gevolgen
– Oordeel: beroep gegrond; maatregel onrechtmatig van aanvang af; opheffing bevolen; eiser in vrijheid gesteld.
– Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 1.630.
– Proceskosten: EUR 1.868.
Noten
– ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar) — HvJEU 2025: Unierechtelijk vereiste dat bewaring zo kort mogelijk duurt; hogere eisen aan inspanningsverplichting dan een loutere belangenafweging.
– ECLI:NL:RVS:2023:2631 — ABRvS: schending inspanningsplicht levert slechts een af te wegen omstandigheid op (standpunt verworpen door rechtbank).
– ECLI:NL:RVS:2025:2131 — ABRvS 2025: idem (verworpen).
– ECLI:NL:RBDHA:2026:29 — Rb. Den Haag zp Roermond 2 januari 2026: verwijdering is een verplichting, geen bevoegdheid zodra terugkeerverplichting in rechte vaststaat.
– Artikel 15 Richtlijn 2008/115/EG — bewaring zo kort mogelijk; inspanningsverplichting strekt zich ook uit tot de periode vóór oplegging maatregel.
– Artikel 59 Vw 2000 — bewaring ter fine van uitzetting wegens ontbreken rechtmatig verblijf.