Toezichtverplichting geschonden en geen medewerking identiteitsvaststelling: bewaring gerechtvaardigd
Rb. Den Haag | zp Arnhem | 05-01-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:461 | NL25.62788 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 onder a Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en procesverloop
Eiser (nationaliteit niet vermeld in de maatregel; terugkeerland Marokko; 29 jaar in Nederland) is op 22 december 2025 in bewaring gesteld op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Zware gronden: 3b (onttrekking toezicht), 3c (niet-naleving terugkeerplicht), 3d (geen medewerking identiteitsvaststelling), 3i (kenbaar geen gevolg willen geven aan terugkeerplicht); lichte gronden: 4a, 4b, 4c en 4d. Ter zitting heeft de minister gronden 3i en 4d laten vallen. Een LP naar Marokko was reeds toegezegd; uitzetting was voorzien op 7 januari 2026. Eiser verzocht een lichter middel en stelde bereid te zijn mee te werken; hij wenste de laatste dagen voor de vlucht bij zijn familie door te brengen.
Overwegingen rechtbank
Zware gronden (art. 5.1b lid 3 Vb 2000): 3b feitelijk juist — eiser heeft geen melding gedaan van zijn onrechtmatig verblijf bij de korpschef zoals vereist onder art. 4.39 Vb 2000. 3d feitelijk juist — eiser heeft geen eigen actie ondernomen om documenten te verkrijgen; LP-toezegging berust niet op zijn medewerking. Onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2020:829: feitelijk juiste zware gronden onderbouwen het onttrekkingsrisico; beoordeling overige gronden niet vereist.
Lichter middel: Het vastgestelde onttrekkingsrisico rechtvaardigt bewaring. Langdurig verblijf in Nederland en familie in Nederland doen geen afbreuk aan het onttrekkingsrisico. Verzoek om vrijlating voor familiebezoek slaagt niet.
Ambtshalve toetsing (ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar) en ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X)): geen schending non-refoulement of gezinsleven.
Conclusie en gevolgen
– Oordeel: beroep ongegrond; bewaring blijft van kracht.
– Schadevergoeding: afgewezen.
– Proceskosten: geen veroordeling.
– Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
– ECLI:NL:RVS:2020:829 — ABRvS 25 maart 2020: feitelijk juiste zware grond volstaat voor onderbouwing onttrekkingsrisico; niet elke grond behoeft afzonderlijk te worden beoordeeld.
– ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar) — HvJEU 2025: toetsingscriteria ambtshalve beoordeling voortduring bewaring, waaronder non-refoulement en gezinsleven.
– ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X) — HvJEU 8 november 2022: kader ambtshalve toetsing non-refoulement bij voortduring bewaring.
– Artikel 59 lid 1 onder a Vw 2000 — bewaring wegens ontbreken rechtmatig verblijf.
– Artikel 5.1b lid 3 Vb 2000 — zware gronden voor aannemen onttrekkingsrisico.