Voldoende Engels: registertolk en lichter middel niet vereist
Rb. Den Haag | zp Haarlem | 09-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:4836 | NL26.4227 | Vreemdelingenrecht (art. 6 lid 3 Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en procesverloop
Eiser (nationaliteit Trinidad en Tobago, geb. 1990) arriveerde op 18 januari 2026 op Schiphol en diende dezelfde dag een asielaanvraag in. De beslissing over de toegangsverlening werd uitgesteld en op 18 januari 2026 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 lid 3 Vw (grensdetentie). De zaak werd schriftelijk afgedaan.
Eiser stelde: (1) ten onrechte geen registertolk ingezet (art. 28 lid 1 Wbtv); (2) verweerder had moeten volstaan met een lichter middel.
Overwegingen rechtbank
- Registertolk: Voorafgaand aan het gehoor op 18 januari 2026 verklaarde eiser de wachtmeester goed te kunnen verstaan in het Engels; ook de vragen tijdens het gehoor beantwoordde hij goed. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat inzet van een registertolk onnodig was. Onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2024:94 — de verplichting tot inzet van een registertolk geldt slechts indien gebruik van een tolk nodig wordt geacht — slaagt de beroepsgrond niet.
- Lichter middel: Eiser verklaarde bij oplegging: „Als dat de procedure is dan moet het maar“ en benoemde geen bijzondere medische omstandigheden. De Afdeling heeft geoordeeld dat het innemen van mobiele telefoons in JCS noodzakelijk is voor de bescherming van medewerkers (ECLI:NL:RVS:2025:789). In de omstandigheid dat eiser in bewaring zijn minderjarige zoontje niet vrijelijk telefonisch kon bereiken, had verweerder geen aanleiding hoeven zien voor een lichter middel.
- Ambtshalve toetsing: Geen aanleiding tot oordeel dat de maatregel onrechtmatig heeft voortgeduurd.
Conclusie en gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Proceskosten: Geen vergoeding.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2024:94 — ABRvS 16 januari 2024: de verplichting van de Koninklijke Marechaussee om een beëdigde tolk in te schakelen (art. 28 lid 1 Wbtv) geldt alleen wanneer gebruik van een tolk nodig wordt geacht; bij voldoende eigen taalvaardigheid bestaat die verplichting niet.
- ECLI:NL:RVS:2025:789 — ABRvS 26 februari 2025: de minister heeft het innemen van mobiele telefoons in JCS noodzakelijk mogen achten voor de bescherming van JCS-medewerkers; het ontbreken van vrij telefooncontact rechtvaardigt op zichzelf geen toepassing van een lichter middel.
Geef een reactie