Geen dubbele schadevergoeding: alleen bij bijzonder lijden

Rechtbank Den Haag | Zittingsplaats Utrecht | 27-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:12073| NL25.24409 | Vreemdelingenrecht (Bewaring) | Beroep gegrond


1. Feiten en Procesverloop

  • Nationaliteit:

Gestelde Poolse nationaliteit <r.o. 1>.

  • Maatregel:

Bewaring art. 59b, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000, opgelegd op 10 mei 2025 <Procesverloop, r.o. 3>.

  • Context:

De minister heeft de maatregel op 21 mei 2025 opgeheven wegens vormfouten <r.o. 3>. De minister erkent dat de gehanteerde grondslag niet op een Unieburger (Poolse nationaliteit) mag worden toegepast <r.o. 3>.

  • Procedure:

Beroep ingesteld tegen het besluit van 10 mei 2025. Hoewel de bewaring is opgeheven, is het beroep gehandhaafd ter beoordeling van de hoogte van de schadevergoeding <r.o. 4>.

  • Standpunt eiser:

Eiser stelt dat de schadevergoeding verdubbeld moet worden, omdat de minister bij aanvang wist (althans kon weten) dat deze grondslag niet op hem mocht worden toegepast <r.o. 4>.


2. Overwegingen Rechtbank

  • Onrechtmatigheid:

Tussen partijen is niet in geschil dat de maatregel van bewaring vanaf het moment van oplegging onrechtmatig was <r.o. 5>.

Rechtsregel: De grondslag van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000 mag op grond van de Terugkeerrichtlijn niet aan een Unieburger worden opgelegd <r.o. 3>.

  • Hoogte Schadevergoeding:

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de standaardnormbedragen voor schadevergoeding <r.o. 6>. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij meer dan gebruikelijk onder de maatregel heeft geleden <r.o. 6>.

Rechtsregel: Voor het toekennen van een hogere schadevergoeding dan de landelijke standaardnormen is de onderbouwing van bovengemiddeld lijden of de aanwezigheid van zeer bijzondere feiten vereist; het feit dat de minister de onjuiste grondslag eerder had kunnen weten, vormt geen dergelijke bijzondere omstandigheid <r.o. 6>.

  • Berekening:

De onrechtmatige vrijheidsontneming duurde van 10 mei 2025 tot 21 mei 2025 (12 dagen) <r.o. 8>.

Rechtsregel: Voor onrechtmatige bewaring in een detentiecentrum wordt een forfaitair bedrag van € 100,- per dag gehanteerd <r.o. 8>.


3. Conclusie en Gevolgen

  • Oordeel:

Beroep gegrond <Beslissing>.

  • Gevolgen:

De Staat is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.200,- ($12 \times € 100,-$) <r.o. 8>. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser ad € 1.814,- <r.o. 9>.

  • Rechtsmiddel:

Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking <Rechtsmiddel>.


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder