Rechtbank Den Haag | Zittingsplaats Utrecht | 30-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:21835| NL25.26072 | Vreemdelingenrecht (Ophouding) | Beroep ongegrond
1. Feiten en Procesverloop
- Nationaliteit:
Oezbeekse <r.o. 1>.
- Maatregel:
Ophouding art. 50, derde lid, Vw 2000, opgelegd op 11 juni 2025 <Procesverloop>.
- Context:
Eiser werd door een verbalisant op de grond aangetroffen in stabiele zijligging. Er was een omstander (arts) aanwezig en er werd gewacht op een ambulance <r.o. 2>. Tijdens deze hulpverlening trof de verbalisant papieren met eisers naam aan in diens tas <r.o. 2>. Na raadpleging van politiesystemen bleek dat eiser geen rechtmatig verblijf had <r.o. 2>.
- Procedure:
Beroep ingesteld tegen de ophouding; zitting op 23 juni 2025. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen <Procesverloop>.
- Standpunt eiser:
Eiser stelt dat er sprake was van een onrechtmatige (verkapte) vreemdelingrechtelijke staandehouding, aangezien er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was op het moment dat zijn tas werd doorzocht <r.o. 3>. Ook betwist hij de kenbaarheid van het land van bestemming in het terugkeerbesluit <r.o. 5>.
2. Overwegingen Rechtbank
- Hulpverlening vs. Staandehouding:
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een vreemdelingrechtelijke staandehouding <r.o. 4>. Het onderzoek van de spullen en het achterhalen van de identiteit vond plaats in het kader van de algemene politietaak tot hulpverlening (art. 3 Politiewet 2012) <r.o. 4>. De vreemdelingrechtelijke staandehouding volgde pas nadat uit de politiesystemen bleek dat eiser illegaal in Nederland verbleef <r.o. 4>.
Rechtsregel: Handelingen verricht in het kader van hulpverlening (algemene politietaak) vallen niet onder de beperkingen van de vreemdelingrechtelijke staandehouding; informatie die hierbij rechtmatig wordt verkregen, mag worden gebruikt voor daaropvolgende vreemdelingrechtelijke maatregelen <r.o. 4>.
- Omvang van het geding (Terugkeerbesluit):
De rechtbank stelt vast dat het terugkeerbesluit in deze procedure niet ter beoordeling voorligt <r.o. 6>.
Rechtsregel: In een procedure tegen een maatregel van ophouding of bewaring wordt de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit niet inhoudelijk getoetst, tenzij dit besluit direct de grondslag van de maatregel aantast <r.o. 6>.
3. Conclusie en Gevolgen
- Oordeel:
Beroep ongegrond <Beslissing>.
- Gevolgen:
De maatregel van ophouding blijft in stand; verzoek om schadevergoeding is niet aan de orde <Beslissing>. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling <r.o. 7>.