Rechtbank Den Haag | Zittingsplaats Arnhem | 13-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:10301 | NL25.24232 | Vreemdelingenrecht (Bewaring) | Beroep ongegrond
1. Feiten en Procesverloop
- Nationaliteit:
Roemeense (afgeleid uit de beoogde uitzetting naar Roemenië) <r.o. 2.1>.
- Maatregel:
Bewaring art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000, opgelegd op 26 mei 2025 <r.o. 30>.
- Context:
Eiser verbleef van 6 mei 2025 tot 26 mei 2025 in strafrechtelijke detentie <r.o. 37>. Reeds op 8 mei 2025 was bij de vreemdelingenpolitie (AVIM) bekend dat eiser na zijn strafrestant zou worden overgenomen in vreemdelingenbewaring <r.o. 42, 43>.
- Procedure:
Beroep ingesteld tegen het besluit van 26 mei 2025; zitting op 10 juni 2025 <r.o. 31, 32>.
- Standpunt eiser:
De minister heeft de inspanningsverplichting geschonden door tijdens de strafrechtelijke detentie geen uitzettingshandelingen te verrichten <r.o. 36>. Tevens wordt gesteld dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, daar eiser identiteitsdocumenten zou hebben bij een vriend <r.o. 54, 56>.
2. Overwegingen Rechtbank
- Inspanningsverplichting:
De rechtbank stelt vast dat de minister de inspanningsverplichting (conform paragraaf A5/6.12 Vc 2000) heeft geschonden <r.o. 46, 47>. Hoewel de overname op 8 mei 2025 bekend had moeten zijn, zijn er tot 26 mei 2025 geen uitzettingshandelingen verricht <r.o. 44, 45>.
Rechtsregel: De minister heeft de plicht om tijdens strafrechtelijke detentie handelingen te verrichten om aansluitende bewaring te voorkomen; verzaking hiervan leidt tot een belangenafweging <r.o. 41, 48>.
- Belangenafweging:
Ondanks het gebrek valt de afweging uit in het voordeel van de minister <r.o. 48>. De gronden voor bewaring zijn niet betwist, er is een risico op onttrekking en eiser heeft de eerdere vertrekplicht van 27 maart 2025 genegeerd <r.o. 49, 50, 51>. De gestelde psychische problematiek maakt dit niet anders <r.o. 52>.
Rechtsregel: Een schending van de inspanningsverplichting maakt de bewaring niet zonder meer onrechtmatig indien de belangenafweging (conform ECLI:NL:RVS:2020:764) in het voordeel van de minister uitvalt <r.o. 47, 48>.
- Voortvarendheid:
De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting <r.o. 65>. Op 3 juni 2025 is een aanvraag voor een laissez-passer gedaan <r.o. 63>. Eiser kon niet specificeren waar zijn documenten exact waren, waardoor de minister terecht een LP-traject startte <r.o. 59, 62>.
- Ambtshalve toetsing:
De rechtbank ziet geen overige gronden om de maatregel onrechtmatig te achten <r.o. 67>.
Rechtsregel: De rechter toetst de rechtmatigheid van de bewaring ook buiten de aangevoerde gronden (conform ECLI:EU:C:2022:858) <r.o. 67>.
3. Conclusie en Gevolgen
- Oordeel:
Beroep ongegrond <r.o. 75>.
- Gevolgen:
De maatregel blijft in stand; schadevergoeding afgewezen <r.o. 69, 70>. Vanwege het geconstateerde gebrek (schending inspanningsverplichting) wordt de minister wel veroordeeld in de proceskosten (€ 1.814,-) <r.o. 71, 72>.