Ongegrond: beroep TKB met IRV voor Marokkaan met Franse familie

Rechtbank Den Haag | Zittingsplaats Groningen | 27-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:11465 | NL25.25854 en NL25.15926 | Vreemdelingenrecht (Terugkeerbesluit, inreisverbod en bewaring) | Beroepen ongegrond


2. Feiten en Procesverloop

  • Nationaliteit: Marokkaanse. Eiser stelt zelf de Franse nationaliteit te bezitten, maar de rechtbank volgt dit niet omdat hij dit niet met documenten heeft onderbouwd en de Franse autoriteiten hem niet kennen.
  • Maatregel: Terugkeerbesluit en inreisverbod (1 april 2025) en bewaring art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 (9 juni 2025).
  • Context: Aan eiser is op 4 februari 2025 een ongewenstverklaring opgelegd. Na onderzoek naar zijn identiteit (waarbij Marokkaanse en Algerijnse aanknopingspunten naar voren kwamen) is een nieuw terugkeerbesluit uitgevaardigd gericht op uitzetting naar die landen.
  • Procedure: Beroepen tegen alle besluiten; gezamenlijke zitting op 20 juni 2025.
  • Standpunt eiser: Het terugkeerbesluit is ten overvloede genomen wegens de eerdere ongewenstverklaring. De minister heeft de onderzoeksplicht naar zijn Franse nationaliteit geschonden. Tevens beroep op art. 8 EVRM (familieleven in Frankrijk) tegen het inreisverbod. In de bewaringszaak wordt schending van de inspanningsverplichting gesteld.

3. Overwegingen Rechtbank

Terugkeerbesluit en Inreisverbod

  • Rechtskarakter: Het terugkeerbesluit van 1 april 2025 is niet ten overvloede genomen omdat het, in tegenstelling tot de ongewenstverklaring, gericht is op een nieuw rechtsgevolg: de verplichting terug te keren naar Marokko dan wel Algerije.
  • Onderzoeksplicht nationaliteit: De minister heeft zorgvuldig onderzoek verricht door de Franse autoriteiten te bevragen en de Marokkaanse geboorteakte van de ouders te betrekken.
  • Vertrektermijn en Inreisverbod: De minister mocht een vertrektermijn onthouden wegens het onttrekkingsrisico (zware gronden niet betwist). Het inreisverbod is rechtmatig; de medische zorg voor eisers vader in Frankrijk is niet exclusief afhankelijk van eiser en het contact met zijn ex-echtgenote is niet nauw.

Maatregel van bewaring

  • Inspanningsverplichting: De minister heeft voldaan aan de inspanningsverplichting door na het bericht van de Franse autoriteiten (24 februari 2025) nader onderzoek te doen, lp-aanvragen te verzenden (3 en 7 april 2025) en vertrekgesprekken te voeren.
  • Gronden van bewaring: De zware gronden 3a, 3c, 3d, 3g, 3h en 3i en de lichte gronden 4c en 4d zijn feitelijk juist en dragen de maatregel. Lichte grond 4a is onvoldoende gemotiveerd en 4e is door de minister ingetrokken.

Rechtsregel: Voor het tegenwerpen van zware gronden 3a, 3c, 3d, 3g en 3i is voldoende dat deze feitelijk juist zijn (conform ECLI:NL:RVS:2020:829). Strafrechtelijke detentie schort de vertrektermijn niet op (conform ECLI:NL:RVS:2012:BW4925).

  • Lichter middel en voortvarendheid: Een lichter middel volstaat niet wegens het onttrekkingsrisico. Medische zorg in het detentiecentrum is voldoende gewaarborgd. Er wordt voldoende voortvarend gewerkt met een vertrekgesprek op de vijfde dag van bewaring en lopende lp-aanvragen.
  • Zicht op uitzetting: Zicht op uitzetting naar Algerije en Marokko ontbreekt in het algemeen niet.

Rechtsregel: Zicht op uitzetting naar Algerije en Marokko wordt door de Afdeling in algemene zin aangenomen (conform ECLI:NL:RVS:2024:1892, ECLI:NL:RVS:2024:2842 en ECLI:NL:RVS:2025:219).


4. Conclusie en Gevolgen

  • Oordeel: Beroepen ongegrond.
  • Gevolgen: Het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de maatregel van bewaring blijven in stand. Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.
  • Rechtsmiddel:
    • Hoger beroep tegen de bewaring: binnen één week na bekendmaking.
    • Hoger beroep tegen het terugkeerbesluit/inreisverbod: binnen vier weken na bekendmaking.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder