Originele Arabische folder niet in dossier: uitreiking blijkt genoeg uit besluit

Bewaring – Informatieplicht en zware gronden – ECLI:NL:RBDHA:2025:10010

Rb. Den Haag (zp Den Haag) | 04-06-2025 | NL25.23441 | Bewaring – informatieplicht | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

De Minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 28 april 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Jordaanse vreemdeling, op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.

De minister hief de bewaring op 29 april 2025 op. De rechtbank beperkte zich daarom tot beoordeling van schadevergoeding onder artikel 106 van de Vreemdelingenwet 2000.

De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: S. Faddach (gemachtigde van eiser) en J. Ankomah (gemachtigde van verweerder).

Standpunt eiser: Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was opgelegd wegens:

  • Ontbreken van informatie over het recht op rechtsbijstand: niet heel uitdrukkelijk gevraagd of betrokkene akkoord is met afwezigheid advocaat
  • Schending van de informatieplicht onder artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit 2000: Arabische folder niet in dossier
  • Vooringenomenheid van de minister

Standpunt verweerder: Verweerder verdedigde de rechtmatigheid van de bewaring.

Overwegingen Rechtbank

De rechtbank verwierp alle stellingen van eiser als ongegrond.

  • Bijstand advocaat: ook vermeldt het proces-verbaal dat eiser begrijpt dat de piketadvocaat verhinderd is en hem op een later tijdstip zal bezoeken. Hoewel de rechtbank met de gemachtigde van eiser vaststelt dat eiser niet expliciet is gevraagd of hij ermee akkoord was dat hij zonder aanwezigheid van een advocaat werd gehoord, volgt daaruit niet dat moet worden geconcludeerd dat eiser onvoldoende is geïnformeerd over zijn recht op rechtsbijstand
  • De omstandigheid dat het dossier alleen een informatiebrief in de Nederlandse taal zit, is geen reden om aan de daadwerkelijke uitreiking van de brief aan eiser te twijfelen.

De minister had ter zitting de zware gronden 3h en 3i laten vallen. Eiser bestreed dat de zware gronden 3c en 3d aan de maatregel ten grondslag konden worden gelegd. De rechtbank stelde vast dat in elk geval de zware gronden 3a (onregelmatige binnenkomst) en 3b (onttrekking aan toezicht) feitelijk juist waren en de maatregel zelfstandig konden dragen.

De overige gronden en wat eiser daartegen aanvoerde behoefden daarom geen beoordeling meer.

Conclusie en Gevolgen

Uitspraak: Beroep ongegrond verklaard.

Schadevergoeding: Verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.

Noten

Relevante wetgeving:

  • Artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000 (bewaring tijdens asielprocedure)
  • Artikel 5.1b Vreemdelingenbesluit 2000 (zware gronden)
  • Artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit 2000 (informatieplicht)

Artikel 106 Vreemdelingenwet 2000 (schadevergoeding)

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder