Politie vergeet vraag over TKB: rechtsgevolg in stand

Rechtbank Den Haag | Zittingsplaats Rotterdam | 04-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:14776 | NL25.22670 en NL25.22759 | Vreemdelingenrecht (Terugkeer en Bewaring) | Beroep TB1 gegrond, TB2 deels gegrond  ​

Feiten en Procesverloop

Nationaliteit: Noord-Macedonisch (terugkeer naar Republiek Noord-Macedonië). ​
Bestreden besluit 1 (NL25.22759, 18-05-2025, 14:31 uur): Terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en inreisverbod voor twee jaar. ​
Bestreden besluit 2 (NL25.22670, 18-05-2025, 14:49 uur): Maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. ​
Bewaring opgeheven op 21-05-2025. ​
Eiser diende tegen beide besluiten beroep in; tegen bewaring verzoek om schadevergoeding. ​
Zitting op 28-05-2025; gemachtigden mr. L.J. Meijering (eiser) en mr. R.R. Scholtens (minister). ​

Standpunt eiser: Rechtmatig verblijf (visumvrij, vrije termijn); geen vertrektermijn (zelfstandig vertrek mogelijk met paspoort/middelen); geen zienswijze vooraf (artikel 48 Awb); geen geldig TB voor bewaring; te lang politiecel; gronden onjuist; lichter middel mogelijk. ​

Overwegingen Rechtbank

Terugkeerbesluit (NL25.22759)

Eiser had geen rechtmatig verblijf: vrije termijn (artikel 12 Vw) nooit aangevangen omdat bij binnenkomst niet voldeed aan artikel 6, eerste lid, c, Verordening EU 2016/399 (Schengengrenscode): geen gestaafde reden verblijf (werken) en geen voldoende middelen. ​
Zware gronden (artikel 5.1b Vb): 3a (niet voorgeschreven wijze binnengekomen) en 3b (onttrekking toezicht) feitelijk juist en voldoende voor onthouden vertrektermijn (artikel 62, lid 2, a, Vw en artikel 6.1 Vb). ​
Rechtsregel: Twee zware gronden rechtvaardigen onthouden vertrektermijn indien onttrekkingsrisico aannemelijk. ​

Zorgvuldigheid (artikel 48 Awb): Minister erkent dat geen zienswijze vooraf; dossier bevat twee versies proces-verbaal gehoor (12:17 uur 18-05-2025) en later Pv bevindingen (16:30 uur), wat elkaar tegenspreekt. .

“Het dossier bevat twee versies van een gehoor dat op 18 mei 2025 om 12:17 uur heeft plaatsgevonden. In één van de versies staat dat eiser bij aanvang van het gehoor is geïnformeerd over het genomen terugkeerbesluit, het onthouden van een vertrektermijn daarbij en dat hij daarop zijn zienswijze kan geven. De zin ‘ten aanzien van het op te leggen terugkeerbesluit:’ aan het einde van dit proces-verbaal suggereert dat eiser tijdens het gehoor is gevraagd naar zijn zienswijze over het voornemen een terugkeerbesluit aan hem op te leggen. In tweede versie van het gehoor zijn deze verwijzingen naar een voorgenomen terugkeerbesluit niet opgenomen, maar wordt enkel gesproken over de voorgenomen inbewaringstelling van eiser. Het terugkeerbesluit is opgelegd op 18 mei 2025 om 14:31 uur. In het dossier zit verder een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld op
18 mei 2025 waarin staat dat de verbalisant op 18 mei 2025 om 16:30 uur eiser nog heeft gevraagd om zijn zienswijze met betrekking tot het terugkeerbesluit en het inreisverbod omdat dit abusievelijk was vergeten in het gehoor. Omdat de inhoud van dit proces-verbaal van bevindingen niet overeenstemt met de inhoud van het eerste hierboven genoemde proces-verbaal van gehoor, is het de rechtbank onduidelijk hoe de gang van zaken precies is geweest. De rechtbank gaat er, afgaande op de mededelingen in het meest recente proces-verbaal van bevindingen, net als verweerder, daarom vanuit dat eiser voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit niet op de hoogte is gesteld van het voorgenomen besluit en van zijn recht om daarover een zienswijze naar voren te brengen. Het bestreden besluit 1 kan daarom niet in stand blijven.”


Geen hoorzitting vóór besluit (14:31 uur); Pv bevindingen bevestigt vergissing. ​
Rechtsregel: Bij terugkeerbesluit geldt hoorplicht ex artikel 48 Awb (ABRvS 15-11-2013 ECLI:NL:RVS:2013:2057). ​
Beroep gegrond; vernietiging, maar rechtsgevolgen in stand: eiser gaf geen relevante persoonlijke omstandigheden in navolgend gehoor (met Engels, geen tolk nodig). ​

Bewaring (NL25.22670)

TB1 geldig en tijdig uitgereikt (direct vóór bewaring); geen grond voor onrechtmatigheid. ​
Gronden: Zelfde zware 3a/3b als TB1; voldoende dragend voor onttrekkingsrisico. ​
Rechtsregel: Gronden TB1 volstaan ook voor bewaring indien onttrekkingsrisico. ​
Geen lichter middel (artikel 59 lid 3 Vw): paspoort niet direct beschikbaar ondanks navraag; twijfel aan vrijwillig vertrek gelet op gronden. ​
Bewaring gericht op uitzetting ondanks opheffing voor strafzaak. ​

Ambtshalve: Te lang politiecel (van 14:49 uur 18-05 tot 16:10 uur 19-05: >24 uur). ​
Rechtsregel: Overschrijding politieceltermijn maakt tenuitvoerlegging aanvankelijk onrechtmatig, doch niet gehele bewaring (ABRvS 27-01-2025 ECLI:NL:RVS:2025:219). ​
Beroep deels gegrond; schadeloosstelling €30 (norm €30/dagdeel, artikel 5 lid 5 EVRM ex artikel 94 lid 6 Vw). ​

Conclusie en Gevolgen

Oordeel TB1: Gegrond; vernietigd wegens artikel 48/3:2 Awb, rechtsgevolgen in stand. ​
Oordeel TB2: Deels gegrond (tenuitvoerlegging politiecel); €30 schadeloosstelling; voor reste ongegrond, schadevergoeding afgewezen. ​
Proceskosten: €2.721 (drie punten à €907, wegingsfactor 1). ​
Rechtsmiddel: TB2: hoger beroep Afdeling RvS binnen één week; TB1: binnen vier weken na bekendmaking. ​

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder