Bewaring – Schending informatieplicht artikel 59b – ECLI:NL:RBDHA:2025:13739
Rb. Den Haag | Zittingsplaats Rotterdam | 22-07-2025 | NL25.30005 | Bewaring | Beroep ongegrond, proceskosten toegewezen
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 4 juli 2025 om 15:30 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Eiser stelde dat hij langer dan 24 uur in de politiecel verbleef, wat in strijd zou zijn met de wettelijke bepalingen. Uit het proces-verbaal blijkt dat het verblijf in de politiecel op 5 juli 2025 om 11:00 eindigde, dus binnen de toegestane termijn van 24 uur. Verweerder verstrekte eiser een informatiebrief op grond van artikel 59b Vw in plaats van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Overwegingen Rechtbank
De rechtbank stelde vast dat verweerder een informatiebrief op grond van artikel 59b heeft verstrekt in plaats van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit levert een schending op van de informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank oordeelde echter dat deze schending de maatregel niet onrechtmatig maakt, gezien de belangenafweging en het feit dat de kerninhoud van de informatie wel is verstrekt. Het verblijf in de politiecel was binnen de toegestane 24 uur, waardoor ook op dit punt geen onrechtmatigheid werd geconstateerd.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring was rechtmatig.
- Proceskosten: De rechtbank veroordeelt verweerder wel in de proceskosten van eiser ter hoogte van 1.814 euro (1 punt beroepschrift, 1 punt zitting) op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, vanwege de schending van de informatieplicht.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13739
- Artikel 59 Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 59b Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit 2000
- Besluit proceskosten bestuursrecht