Kankerpatiënt krijgt geen chemo tijdens bewaring: gegrond

Bewaring – Medische zorgplicht chemotherapie B-cel-lymfoom – ECLI:NL:RBDHA:2025:13522

Rb. Den Haag | Zittingsplaats Roermond | 22-07-2025 | NL25.30604 | Bewaring | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2025 heeft verweerder (Minister van Asiel en Migratie) aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. Eiser lijdt aan B-cel-lymfoom en ondergaat chemotherapie en medicamenteuze behandeling in Duitsland. De verweerder was op 18 juni 2025 in kennis gesteld van de medische diagnose en de lopende behandeling. Op 1 juli 2025 ontving verweerder een brief van een Duitse arts uit Schweinfurt waarin werd aangegeven dat voortzetting van de chemotherapie en bloedwaardebewaking noodzakelijk is. Gedurende veertien dagen inbewaringstelling ontving eiser slechts pijnstillende medicatie, terwijl hij chemotherapie en bloedwaardebewaking nodig had. Eiser stelde op 10 juli 2025 beroep in.

Overwegingen Rechtbank

De rechtbank stelde vast dat de bewaringsmaatregel onrechtmatig is uitgevoerd omdat de noodzakelijke chemotherapie en medicamenteuze behandeling niet is voortgezet na overname van de Duitse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat het onthouden van noodzakelijke medische zorg een grove schending van de zorgplicht vormt en absoluut in de weg staat aan oplegging en voortzetting van een bewaringsmaatregel. De rechtbank overwoog dat elk vreemdelingrechtelijk doel ondergeschikt is aan de medische zorgplicht. Verweerder had maatregelen moeten treffen om de behandeling in het detentiecentrum voort te zetten, maar heeft dit nagelaten ondanks duidelijke medische informatie.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is gegrond.
  • Gevolgen: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring en gelast de onmiddellijke invrijheidsstelling van eiser.
  • Schadevergoeding: De Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van 1.430 euro (14 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming) te betalen door de griffier, met bevel tot tenuitvoerlegging.
  • Proceskosten: 1.814 euro.
  • Aanvullende opmerking: De rechtbank merkt op dat zij in deze procedure niet in staat is om alle gevolgen van de onrechtmatige tenuitvoerlegging te overzien en dat eiser kan overwegen een onrechtmatige daad-procedure te starten bij de civiele rechter voor volledige schadevergoeding.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder