Vragen gehoor voldoende toegespitst op 59b Vw

Asielwens tijdens gehoor geuit: ophouding terecht, zicht geen vereiste art. 59b

Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 16-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:3675 | NL26.6347 | Vreemdelingenrecht (art. 59b lid 1 aanhef en onder a en b Vw 2000) | Beroep ongegrond

Feiten en procesverloop

Nationaliteit eiser: niet vermeld. Bewaring opgelegd op 4 februari 2026. Eiser was op 29 november 2022 een terugkeerbesluit opgelegd en had de EU niet verlaten. Hij diende pas tijdens het gehoor voorafgaand aan de bewaring een asielaanvraag in. Eiser stelde: ophouding op onjuiste grondslag (had rechtmatig verblijf), maatregel onzorgvuldig voorbereid, en informatieplicht geschonden. Zitting op 11 februari 2026.

Overwegingen rechtbank

  • Ophouding: Eiser had na het terugkeerbesluit van 29 november 2022 geen rechtmatig verblijf. Asielaanvraag pas tijdens het gehoor ingediend. Ophouding op grond van art. 50, derde lid, Vw terecht.
  • Onzorgvuldige voorbereiding: Eiser verwees naar ECLI:NL:RBDHA:2026:1898; Eiser is namelijk op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw in bewaring gesteld omdat hij een asielaanvraag heeft ingediend. Het gehoor en de motivering van de gronden en het lichter middel in de bewaringsmaatregel spitst zich echter toe op het risico dat eiser niet uit eigen beweging terugkeert naar zijn land van herkomst. Het gehoor en de maatregel zijn hierdoor niet te relateren aan de asielaanvraag.
  • Weerlegging rechtbank: de rechtbank stelt vast dat daartegen hoger beroep loopt en het een enkelvoudige uitspraak van een lagere rechter betreft. Bovendien stelde de verbalisant ook relevante vragen voor de asielgrondslag. “Daarbij acht zij van belang dat eiser pas tijdens het gehoor voorafgaand aan de maatregel zijn asielwens heeft geuit en dat de verbalisant vervolgens direct het formulier M35H aan eiser heeft laten zien, heeft toegelicht, en heeft laten ondertekenen. Daarnaast heeft de verbalisant ook gevraagd welke nationaliteit eiser heeft, of eiser documenten heeft, waar zijn paspoort is en of eiser handelingen heeft verricht om aan een vervangend identificerend document te komen. Dit zijn relevante vragen voor de bewaringsmaatregel op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Niet valt in te zien dat de verbalisant niet heeft begrepen dat er voor verschillende bewaringsgrondslagen specifieke vereisten gelden.”
  • Zicht op uitzetting geen vereiste: Voor art. 59b bewaring is zicht op uitzetting geen vereiste (ECLI:NL:RVS:2016:1553 en ECLI:NL:RVS:2024:2194).
  • Gronden: Niet betwist; ambtshalve toetsing levert geen onrechtmatigheid op.

Conclusie en gevolgen

  • Oordeel: Beroep ongegrond; schadevergoeding afgewezen.
  • Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten

  1. ECLI:NL:RVS:2016:1553 — ABRvS 8 juni 2016: zicht op uitzetting is geen vereiste voor een bevaringsmaatregel op grond van art. 59b, eerste lid, Vw 2000.
  2. ECLI:NL:RVS:2024:2194 — ABRvS 30 mei 2024: bevestiging dat zicht op uitzetting geen voorwaarde is voor art. 59b-bewaring.
  3. ECLI:NL:RVS:2018:4011 — ABRvS 6 december 2018: deugdelijke motivering onttrekkingsrisico impliceert tevens noodzakelijkheid bewaring voor verkrijging asielgegevens.

Geef een reactie

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder