Vertrek met onbekende bestemming: verblijfstitel door tijdig beroep, Amayry-norm van toepassing
Rb. Den Haag | zp Groningen | 26-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:3850 | NL26.6899 | Vreemdelingenrecht (art. 59a lid 1 Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en procesverloop
Nationaliteit eiser: niet vermeld. Op 5 november 2025 vertrok eiser met onbekende bestemming, waardoor zijn rechtmatig verblijf (art. 8 onder m Vw) van rechtswege eindigde. Hij keerde op 11 december terug. Op 30 december 2025 stelde hij tijdig beroep in tegen het overdrachtsbesluit en verzocht een voorlopige voorziening, waardoor hij opnieuw rechtmatig verblijf verkreeg (art. 8 onder h Vw). Bewaring opgelegd op 7 februari 2026 (art. 59a Vw; Zwitserland akkoord 13 november 2025). Zitting op 20 februari 2026.
Overwegingen rechtbank
- Ophouding (art. 50a Vw): MOB eindigt rechtmatig verblijf. Maar verblijf toch rechtmatig, nu eiser via tijdig beroep (art. 8 onder h Vw) opnieuw rechtmatig verblijf had. Verschrijvingen in PV gehoor; geen belang geschaad.
- Gronden: Lichte grond 4e ambtshalve geschrapt door rechtbank (strafbare feiten zonder relatie met vreemdelingentoezicht); overige gronden dragen de maatregel.
- Amayry-norm: De maximumtermijn van zes weken (art. 28 lid 3 Dublinverordening) geldt alleen als de vreemdeling eerst in bewaring is gesteld en daarna het claimakkoord tot stand is gekomen. Deze situatie is anders, hier geldt: bewaring zo kort mogelijk en niet langer dan redelijkerwijs nodig (ECLI:EU:C:2017:675, Amayry). Minister heeft vlucht geboekt voor 19 maart 2026; duur overstijgt niet de redelijkerwijs noodzakelijke termijn.
Conclusie en gevolgen
- Oordeel: Beroep ongegrond; schadevergoeding afgewezen.
- Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:EU:C:2017:675 — HvJ EU 13 september 2017 (Amayry): Dublin-bewaring moet zo kort mogelijk duren en niet langer dan redelijkerwijs nodig; maximumtermijn van zes weken geldt alleen in bepaalde situaties; twee maanden is niet per se buitensporig.
- ECLI:NL:RVS:2022:735 — ABRvS 14 maart 2022: uitleg Amayry-norm in Nederlandse context.
Geef een reactie