Bewaring – Suriname – Rechtsbijstand – Lichter middel — ECLI:NL:RBDHA:2025:15034
Rb. Den Haag | zittingsplaats Middelburg | 12-08-2025 | NL25.35668 | Bewaring art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw| Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser is van Surinaamse nationaliteit, geboren in 1994. Op 29 juli 2025 heeft de minister de maatregel van bewaring opgelegd op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, met tegelijkertijd een inreisverbod voor twee jaar. De bewaring is opgeheven op 3 augustus 2025 wegens uitzetting. Schriftelijke afdoening: beroepsgronden 4 augustus, verweerschrift 7 augustus, reactie eiser 9 augustus, onderzoek gesloten 12 augustus.
Gronden: zwaar: onttrekking aan toezicht (3b) en niet nagekomen visumaanzegging (3c); licht: niet voldaan aan verplichtingen hoofdstuk 4 Vb (4a), geen vaste woon- of verblijfplaats (4c), onvoldoende middelen (4d) — art. 5.1b, derde en vierde lid, Vb.
Eiser voert aan: (1) de strafrechtelijke arrestatie voorafgaand aan de bewaring was onterecht en raakt de rechtmatigheid van de inbewaringstelling; (2) zijn recht op rechtsbijstand is geschonden — de piketmelding werd verzonden om 16:35 uur, het gehoor aangevangen om 18:55 uur, zodat de tweeuurregel van par. A5/6.5 Vc was verstreken.
Overwegingen Rechtbank
- De rechtmatigheid van het strafrechtelijk voortraject ligt niet bij de bewaringsrechter ter beoordeling. Vaste jurisprudentie van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2020:2400).
- De tweeuurregel is niet geschonden: het gehoor is aangevangen méér dan twee uur na de piketmelding. De gehoorambtenaar heeft tevergeefs getracht telefonisch contact op te nemen met de advocaat (18:50 uur). Eiser heeft zelf verklaard te begrijpen dat zijn advocaat hem ná afloop zou bezoeken. Bij aankomst van de advocaat was het gehoor nagenoeg afgerond. Geen schending van art. 100 Vw of art. 5.2 Vb.
- De bewaargronden zijn feitelijk juist en voldoende toegelicht; zij ondersteunen het onttrekkingsrisico.
- Lichter middel: eiser heeft eerder de kans voor vrijwillig vertrek niet benut en heeft geen eigen financiële middelen (geld bij zijn moeder in Suriname). De minister hoefde er niet op te vertrouwen dat eiser op korte termijn zelfstandig zou vertrekken.
- Ambtshalve toetsing: geen onrechtmatigheid.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij ABRvS binnen één week.
Noten
- Art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw; art. 100 Vw; art. 106 Vw
- Art. 5.1b, derde en vierde lid, Vb; art. 5.2 Vb
- Par. A5/6.5 Vc 2000 (tweeuurregel rechtsbijstand)
- ECLI:NL:RVS:2020:2400 (strafrechtelijk voortraject niet beoordeeld door bewaringsrechter)