Fouten 59-1a werken in ook nog te laat 59b door: gegrond

Turkije – Opeenstapeling ernstige gebreken – Terugkeerbesluit niet uitgereikt – ECLI:NL:RBDHA:2025:15796

Rb. Den Haag, zittingsplaats Groningen | 25-08-2025 | NL25.36392 en NL25.37760 | Beroep maatregel I: niet-ontvankelijk | Beroep maatregel II: gegrond

Feiten en Procesverloop

De Minister van Asiel en Migratie heeft op 2 augustus 2025 aan eiser, van Turkse nationaliteit, maatregel I opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw (zaaknummer NL25.36392). Op 8 augustus 2025 diende eiser een asielaanvraag in. Op 12 augustus 2025 hief de minister maatregel I op en legde aansluitend maatregel II op, gegrond op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c, Vw (zaaknummer NL25.37760). De rechtbank behandelde beide beroepen op 22 augustus 2025.

Na het opleggen van maatregel II bleek dat het meeromvattend asielbesluit van 28 augustus 2024 — dat tevens als terugkeerbesluit moet worden aangemerkt — niet op juiste wijze was uitgereikt. De minister erkende dat eiser op 2 augustus 2025 ten onrechte in bewaring was gesteld wegens het ontbreken van een geldig terugkeerbesluit.

Overwegingen Rechtbank

Maatregel I (NL25.36392): Nu maatregel I is opgeheven en volledige schadevergoeding is aangeboden, valt niet in te zien hoe een oordeel eiser in een gunstiger positie brengt. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

Maatregel II (NL25.37760): De rechtbank constateerde een opeenstapeling van ernstige gebreken die rechtvaardigt dat de onrechtmatigheid van maatregel I doorwerkt in maatregel II:

  1. Het ontbreken van een geldig terugkeerbesluit ten tijde van maatregel I vormt een ernstig gebrek; een terugkeerbesluit is de eerste voorwaarde voor inbewaringstelling onder de Terugkeerrichtlijn.
  2. Eiser heeft op 8 augustus 2025 een asielaanvraag ingediend. Ingevolge vaste jurisprudentie had de minister uiterlijk op 10 augustus 2025 moeten omzetten naar artikel 59b Vw. De omzetting vond pas op 12 augustus 2025 plaats, zodat eiser van 11 augustus op de verkeerde grondslag in bewaring zat.
  3. De stelling van de minister dat de KMar door capaciteitsproblemen in het weekend geen omzettingen uitvoert, kan niet voor rekening en risico van eiser komen, te meer nu de omzetting op een dinsdag plaatsvond.

De combinatie van de evidente onrechtmatigheid van meet af aan, de relatieve eenvoud waarmee deze had kunnen worden voorkomen, en de te late omzetting levert een ernstige schending op van eisers fundamentele recht op vrijheid.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak maatregel I: Beroep niet-ontvankelijk.
  • Uitspraak maatregel II: Beroep gegrond. Maatregel II is van meet af aan onrechtmatig.
  • Gevolgen: Opheffing maatregel II met ingang van 25 augustus 2025.
  • Schadevergoeding: €1.400,- (14 dagen × €100 detentiecentrum).
  • Proceskosten: €1.814,-.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder