Dublin – Formele rechtskracht verlengingsbesluiten – ECLI:NL:RVS:2025:4059
RvS | 25-08-2025 | 202305411/1/V3 | Hoger beroep minister: gegrond Rb. Den Haag, zittingsplaats Rotterdam | 15-08-2023 | NL23.21932 | Beroep: gegrond (vernietigd)
Feiten en Procesverloop
De Minister van Asiel en Migratie heeft betrokkene op 31 juli 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw (Dublinbewaring), met het oog op overdracht aan Spanje. De minister verlengde op 3 augustus 2022 de overdrachtstermijn tot twaalf maanden wegens de strafrechtelijke detentie van betrokkene, en op 17 maart 2023 opnieuw met zes maanden wegens onbekende bestemming.
De Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, oordeelde bij uitspraak van 15 augustus 2023 dat de eerste verlenging onrechtmatig was omdat de einddatum van de strafrechtelijke detentie bekend was en de minister na afloop nog ruim vijf weken had om betrokkene over te dragen. De tweede verlenging kon niet meer plaatsvinden nu de eerste onrechtmatig was. Schadevergoeding werd toegekend.
Overwegingen Raad van State
De Afdeling beoordeelde ambtshalve of de rechtbank een inhoudelijk oordeel mocht geven over de verlengingsbesluiten. De verlengingsbesluiten zijn in rechte onaantastbaar geworden na afloop van de beroepstermijnen. De rechtbank had van de rechtmatigheid van die besluiten moeten uitgaan.
Slechts in uitzonderlijke gevallen kan van dit uitgangspunt worden afgeweken: (i) als door toedoen van het bestuursorgaan niet aan betrokkene kan worden toegerekend dat hij geen beroep heeft ingesteld, of (ii) als het bestuursorgaan de onrechtmatigheid uitdrukkelijk en tijdig — dat wil zeggen vóór het onaantastbaar worden — heeft erkend. Geen van beide uitzonderingen doet zich hier voor.
Nu uitgegaan moet worden van de rechtmatigheid van de verlengingsbesluiten, was ten tijde van de inbewaringstelling een Dublinoverdracht nog mogelijk en is betrokkene terecht op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw in bewaring gesteld.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
- Gevolgen: Het beroep is alsnog ongegrond. De bewaring was rechtmatig.
- Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
- Proceskosten: De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2025:4059
- Artikel 59a, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 8:54, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht
- ECLI:NL:RVS:2011:BO9792 (formele rechtskracht en uitzonderingen)
- Dublinverordening (EU) nr. 604/2013