Folder niet goed. Wel of geen proceskosten?

Bewaring – Dublin – Oeigoerse vreemdelingen – Informatieplicht – Art. 6:22 Awb — ECLI:NL:RBDHA:2025:15002

Rb. Den Haag zp Arnhem | 12-08-2025 | NL25.34612, NL25.34613, NL25.34614, NL25.34615, NL25.34617 | Bewaring art. 59a, eerste lid, Vw – Dublin Kroatië – informatieplicht gepasseerd ex art. 6:22 Awb | Beroepen ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eisers zijn vijf vreemdelingen van Oeigoerse nationaliteit. Op 28 juli 2025 heeft de minister aan eisers de maatregel van bewaring opgelegd op grond van art. 59a, eerste lid, Vw wegens een Dublinclaim door Kroatië en een significant onttrekkingsrisico.

Gronden: zwaar: niet op voorgeschreven wijze binnengetreden (3a), niet meewerken aan identiteitsvaststelling (3d), ontdoen van identiteitsdocumenten (3f), overdrachtsbesluit + non-compliance (3k), onmiddellijke overdracht noodzakelijk (3m); licht: verplichtingen hoofdstuk 4 Vb niet nagekomen (4a — ter zitting ingetrokken), geen vaste woon- of verblijfplaats (4c), onvoldoende middelen (4d — ter zitting ingetrokken).

Het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling vond op 28 juli 2025 plaats met een registertolk in het Oeigoers. De aan eisers uitgereikte informatiefolder was echter in het Turks gesteld. Op 1 augustus 2025 heeft de minister de bewaring opgeheven wegens Dublinoverdracht aan Kroatië. Zitting op 5 augustus 2025; eisers en hun gemachtigde zijn niet verschenen.

Overwegingen Rechtbank

  1. Informatieplicht (art. 5.3 Vb): De minister heeft de informatiefolder in het Turks verstrekt, terwijl eisers Oeigoers spreken. Dit levert een schending op van art. 5.3 Vb. Niet aannemelijk is dat eisers de Turkse taal voldoende beheersen. De minister had een folder in het Oeigoers moeten verstrekken of de folder bij uitreiking via een tolk Oeigoers moeten toelichten.
  2. Passeren ex art. 6:22 Awb: Het gebrek wordt gepasseerd omdat eisers niet in hun belangen zijn geschaad. Zij zijn mondeling en via een registertolk Oeigoers geïnformeerd over de gronden van de inbewaringstelling en wisten dat zij rechtsbijstand konden verkrijgen.
  3. Proceskostenveroordeling bij gepasseerd gebrek: Hoewel het beroep ongegrond is, leidt het gepasseerde gebrek wél tot een proceskostenveroordeling. De rechtbank volgt de meest recente lijn van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2025:2911; ECLI:NL:RVS:2025:2912), die afwijkt van de eerdere uitspraak van de Afdeling in meervoudige samenstelling (ECLI:NL:RVS:2023:4180). De rechtbank verzoekt de Afdeling om op dit punt helderheid te verschaffen.
  4. Gronden dragen de maatregel: Gronden 3a, 3f en 4c zijn feitelijk juist (ECLI:NL:RVS:2020:829). De argumenten van eisers (grond 3a is inherent aan asielzoekersstatus; 3f niet relevant in Dublinprocedure; 4c onjuiste interpretatie) doen niet af aan de feitelijke juistheid.
  5. Lichter middel: Bij het vertrekgesprek van 8 april 2025 hebben eisers verklaard na ongegrondverklaring van hun beroep in Nederland te blijven. Daaruit mocht de minister afleiden dat een lichter middel niet zou volstaan.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroepen ongegrond.
  • Schadevergoeding: Afgewezen.
  • Proceskosten: €907 (wegens geconstateerd gebrek informatieplicht; te betalen aan rechtsbijstandverlener).
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij ABRvS binnen één week.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder