Grensdetentie – Armenië – Gelegenheidstolk – Onzorgvuldig gehoor – Medische omstandigheden — ECLI:NL:RBDHA:2025:15358
Rb. Den Haag [zittingsplaats Haarlem | 12-08-2025 | NL25.35637 | Grensdetentie art. 6, derde lid, Vw – gelegenheidstolk – onzorgvuldig gehoor – onrechtmatig vanaf begin | Beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser is van Armeense nationaliteit. Hij is op 27 juli 2025 samen met zijn partner (zaak NL25.35635) op Schiphol aangekomen. Eiser heeft één nacht in de lounge doorgebracht op grond van art. 4.6 Vb. Op 28 juli 2025 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Aansluitend is hij gehoord en heeft de minister hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van art. 6, derde lid, Vw wegens aanwijzingen dat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Op 30 juli 2025 heeft het aanmeldgehoor plaatsgevonden, waarbij eiser — ditmaal met een beëdigd tolk Armeens — heeft verklaard dat hij aan claustrofobie en psychische problemen lijdt. Zitting 11 augustus 2025.
Het gehoor van 28 juli 2025 was als volgt ingericht: eiser is niet in het Armeens bijgestaan door een beëdigd tolk, maar zijn partner is als gelegenheidstolk ingeschakeld (met beider toestemming). De partner zelf werd gehoord via een telefonische tolk Russisch en later in het Engels. De partner heeft het gehoor voor eiser vertaald van Russisch/Engels naar Armeens.
Overwegingen Rechtbank
- Het gebruik van een gelegenheidstolk is niet verboden onder de Wet beëdigde tolken en vertalers. De minister moet echter waarborgen dat de communicatie adequaat is en dat gestelde vragen correct zijn overgebracht bij eiser en diens antwoorden bij de verbalisant.
- Uit de processen-verbaal van 28 juli 2025 blijkt niet hoe de communicatie tussen verbalisant, partner en eiser heeft plaatsgevonden; dit is niet verifieerbaar. Eiser is niet zorgvuldig gehoord.
- Eisers privacy is geschonden: door de aanwezigheid van zijn partner als tolk kon eiser niet vrijuit spreken over zijn persoonlijke omstandigheden.
- In het aanmeldgehoor van 30 juli 2025 heeft eiser verklaard claustrofobie en psychische problemen te hebben. Er is geen reden om aan te nemen dat eiser hiervan op 28 juli 2025 geen last had. De minister heeft deze medische omstandigheden ten onrechte niet betrokken bij de beoordeling van de detentiegeschiktheid en bij de afweging over een lichter middel.
- Eiser is zodanig in zijn belangen geschaad dat de maatregel vanaf het begin onrechtmatig is.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep gegrond; maatregel onrechtmatig vanaf 28 juli 2025; opheffing bevolen per 12 augustus 2025.
- Schadevergoeding: €1.600 (16 × €100, verblijf detentiecentrum).
- Proceskosten: €1.814 (te betalen aan rechtsbijstandverlener wegens toevoeging).
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij ABRvS binnen één week.
Noten