ECLI:NL:RBDHA:2025:16841 | Rb. Den Haag, zp Utrecht | 01-09-2025 | NL25.39072 | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser is een Algerijns staatsburger, geboren [1992]. Hij was eerder twee keer in bewaring gesteld: op 23 juni 2025 o.g.v. art. 59b lid 1 sub a en b Vw (onrechtmatig bevonden over drie dagen; de minister bood schadevergoeding aan) en op 22 juli 2025 o.g.v. art. 59 lid 1 sub a Vw (onrechtmatig over de periode 16-18 augustus 2025). Op 18 augustus 2025 legde de minister de derde bewaringsbesluit op, nu o.g.v. art. 59b lid 1 sub b en c Vw (gegevensverkrijging voor asielbeoordeling). Eiser stelde op 19 augustus 2025 beroep in. Zitting vond gelijktijdig met zaak NL25.39079 plaats op 25 augustus 2025. Uitspraak: 1 september 2025.
Overwegingen Rechtbank
Doorwerking voorgaande onrechtmatige maatregel: De rechtbank verwerpt eisers betoog dat de eerdere drie dagen onrechtmatige detentie de huidige maatregel van aanvang af onrechtmatig maakt. Onder verwijzing naar het arrest Bouskoura (HvJEU 4 oktober 2024) leidt vaststelling van onrechtmatigheid van een eerdere maatregel niet reeds hierom tot onrechtmatigheid van een direct aansluitende nieuwe maatregel, tenzij sprake is van kwade trouw of misleiding — hetgeen niet is aangetoond. Drie dagen onrechtmatige bewaring is evenmin een “ernstige schending” als bedoeld in ABRvS 12 juni 2018 en 26 april 2021.
De rechtbank verwijst daarvoor naar de uitspraak van de Afdeling van 11 september 2023 waarin ook sprake was van een bewaring op een onjuiste grondslag, waardoor die vreemdeling negen dagen onrechtmatig in bewaring zat. In die zaak heeft de Afdeling geoordeeld dat van een ernstige schending in vorenbedoelde zin geen sprake was.
Ook de maatregel van 23 juni 2025 (niet direct voorafgaand aan de huidige) kan niet in de beoordeling worden betrokken.
Informatiefolder: De vermelding dat eiser beroep “met zijn advocaat moet bespreken” levert geen schending van art. 5.3 Vb op, omdat eiser al bijstand van een gemachtigde had en deze al beroep had ingesteld. Eiser is niet in zijn belangen geschaad.
Bewaringsgronden (art. 59b lid 1 sub b en c Vw): Gronden 3a t/m 3c, 4a t/m 4d zijn niet betwist (3d en 4e zijn ter zitting door de minister laten vallen). De overige gronden zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Zware gronden dragen de maatregel.
Lichter middel: De minister heeft voldoende gemotiveerd dat een lichter middel niet kan volstaan. Eisers asielaanvraag was op 2 februari 2023 kennelijk ongegrond verklaard; de huidige aanvraag is op redelijke gronden als louter vertragingstactiek aangemerkt. Medische zorg in detentie is gelijkwaardig aan die in de vrije samenleving; eiser heeft niet onderbouwd dat dit tekortschiet.
Conclusie en Gevolgen
- Beroep ongegrond; bewaring rechtmatig
- Schadevergoeding: afgewezen
- Proceskosten: geen
- Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling binnen één week
Noten
- Art. 59b, eerste lid, sub b en c, Vw 2000 — grondslag bewaring (gegevensverkrijging asielbeoordeling)
- Art. 5.1b, derde en vierde lid, Vb 2000 — zware en lichte gronden
- Art. 5.3, eerste lid, Vb 2000 — informatieplicht
- HvJEU 4 oktober 2024 (Bouskoura) — doorwerking onrechtmatige voorgaande maatregel
- ABRvS 11 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3508 — gebrek eerste maatregel maakt volgende niet per se onrechtmatig
- ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2005 — idem uitgangspunt
- ABRvS 26 april 2021 — opeenstapeling ernstige gebreken (door eiser aangevoerd)
- ABRvS 12 juni 2018 — ernstige schending fundamenteel vrijheidsrecht (door eiser aangevoerd)
- Rb. Den Haag, zp Roermond, 3 december 2024 — bewaring asielwens en proportionaliteitstoets (door eiser aangevoerd)