Nog steeds geen Vietnamese folder: onrechtmatig

ECLI:NL:RBDHA:2025:16534 | zp. Den Bosch | 02-09-2025 | NL25.39300 | Beroep: gegrond

Bewaring art. 59 lid 1 sub a Vw – Vietnamese nationaliteit

Feiten en procesverloop

Eiseres is een Vietnamese vrouw. Op 18 augustus 2025 legde de Minister een bewaringsbesluit op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 op. Ter zitting van 1 september 2025 erkende de Minister dat hij de informatieplicht van artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit 2000 heeft geschonden door geen formulier in het Vietnamees beschikbaar te hebben. Op 24 juli 2024 had de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2024:2979) waarna de Minister een termijn van zes maanden kreeg om zijn werkwijze aan te passen. Deze termijn verstreek op 24 januari 2025.

Kernoverweging

De rechtbank oordeelt dat de Minister na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 24 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2979) en het verstrijken van de termijn van zes maanden (24 januari 2025) niet meer kan stellen dat Vietnamese formulieren onnodig zijn, omdat met regelmaat Vietnamese vreemdelingen worden aangetroffen. Het niet beschikbaar hebben van een formulier in het Vietnamees levert een schending op van artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit 2000, waardoor de bewaring van aanvang af onrechtmatig is.

Conclusie en gevolgen

Het beroep wordt gegrond verklaard. De Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van EUR 1.200 schadevergoeding (EUR 100 per dag voor 12 dagen detentiecentrum) en EUR 1.814 proceskosten.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder