| Instantie | Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Haarlem) |
|---|---|
| Datum | 20-03-2026 |
| ECLI | ECLI:NL:RBDHA:2026:6680 |
| Zaaknummer | NL26.11826 |
| Type | Vreemdelingenrecht, artikel 59 leden 1, 5 en 6 Vw 2000 |
| Dictum | Beroep ongegrond |
Feiten en procesverloop
Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren in 2001. Verweerder heeft op 8 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000; deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld, mede aan te merken als verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft deze maatregel al eerder getoetst: uit de uitspraak van 29 januari 2026 volgt dat de bewaring tot het sluiten van dat onderzoek op 22 januari 2026 rechtmatig was, zodat in deze procedure alleen de periode daarna ter beoordeling voorligt. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld.
Standpunt eiser: Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat concreet zicht op uitzetting ontbreekt; hij bevindt zich inmiddels bijna vier maanden aaneengesloten in vreemdelingendetentie en verweerder zou hebben nagelaten om op dossierniveau te rappelleren. Daarnaast beroept eiser zich op het arrest Aroja: nu hij meer dan zes maanden in bewaring zit, had verweerder een schriftelijk verlengingsbesluit moeten nemen; omdat dit niet is gebeurd, is de bewaring volgens eiser onrechtmatig vanaf het verstrijken van de maximale termijn van zes maanden als bedoeld in artikel 59, vijfde lid, Vw.
Standpunt minister: Verweerder erkent dat de totale duur van zes maanden inmiddels is verstreken, maar stelt dat het ontbreken van een schriftelijk verlengingsbesluit niet reeds daarom tot onrechtmatigheid leidt. Hij verwijst naar de motivering in de maatregel van 8 november 2025: eiser beschikt niet over identiteits- en reisdocumenten, heeft geen aantoonbare activiteiten ondernomen om die alsnog te verkrijgen, heeft diverse aliassen gebruikt, meerdere MOB-meldingen op zijn naam en heeft meerdere asielaanvragen ingediend met als enkel doel zijn terugkeer te frustreren.
Overwegingen rechtbank
- De rechtbank stelt vast dat de perioden van bewaring die eiser sinds 2022 ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit heeft ondergaan, onderbroken door perioden van vrijheid en door bewaring tijdens de behandeling van asielaanvragen, samen op 19 januari 2026 uitkomen op 180 dagen (zes maanden); conform het arrest Aroja moeten al deze perioden worden opgeteld.
- Verweerder had dus vóór 19 januari 2026 moeten beoordelen of aan de verlengingsvoorwaarden werd voldaan en daarbij een verlengingsbesluit moeten nemen; vaststaat dat dit niet is gebeurd.
- De rechtbank ziet, nu verweerder ten tijde van die feitelijke verlenging nog niet bekend kon zijn met de uitleg van artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn zoals die volgt uit het latere arrest Aroja, aanleiding om ambtshalve te beoordelen of op dat moment materieel aan de verlengingsvoorwaarden was voldaan. Zij benadrukt daarbij dat verweerder zijn werkwijze naar aanleiding van het arrest wél zal moeten aanpassen.
- Aan de materiële voorwaarden was zowel op 19 januari 2026 als op het moment van de uitspraak voldaan: eiser heeft de door verweerder genoemde feitelijke omstandigheden (geen activiteiten voor identificerende documenten, meerdere asielaanvragen ter frustratie van de terugkeer, vertrek met onbekende bestemming) niet betwist, er bestond zicht op uitzetting naar Algerije en er waren voldoende gronden voor de bewaring. Omdat aan alle verlengingsvoorwaarden is voldaan, mocht verweerder de maatregel verlengen en is het voortduren niet onrechtmatig.
- Verweerder heeft voldoende voortvarend gehandeld: er bestaat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en verweerder heeft sinds de laissez-passer-aanvraag ten minste elke drie weken schriftelijk gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond.
- Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.
- Geen proceskostenveroordeling.
- Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Noten
- Arrest Aroja, C-150/24, ECLI:EU:C:2026:148: cumulatie van bewaringsperioden ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit, ook bij onderbreking door perioden van vrijheid of asielbehandeling.
- ECLI:NL:RBNHO:2026:788 (Rechtbank Noord-Holland, 12 maart 2026): eerdere ambtshalve toetsing van dezelfde materiële verlengingsvoorwaarden in een vergelijkbare zaak.
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5087 (Rechtbank Den Haag, uitspraak op eerder vervolgberoep, 29 januari 2026): eerdere toetsing waarin zicht op uitzetting en voldoende gronden voor de bewaring werden vastgesteld.
- ECLI:NL:RBNHO:2025:15358 (Rechtbank Noord-Holland, 12 december 2025): eerdere toetsing van de gronden van de huidige maatregel van bewaring.
