| Instantie | Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Roermond) |
|---|---|
| Datum | 20-03-2026 |
| ECLI | ECLI:NL:RBDHA:2026:16145 |
| Zaaknummer | NL26.11606 |
| Type | Vreemdelingenrecht, artikel 59a lid 1 en artikel 106 Vw 2000 |
| Dictum | Beroep ongegrond |
Feiten en procesverloop
Bij besluit van 2 maart 2026 heeft de minister aan eiser, die stelt de Egyptische nationaliteit te hebben en in 1998 geboren te zijn, bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw 2000, met het oog op overdracht onder de Dublinverordening. De overdracht met vertrek op 9 maart 2026 is op 4 maart 2026 aangekondigd; de rechtbank heeft partijen diezelfde dag over de zitting geïnformeerd. De bewaring is op 9 maart 2026 opgeheven, de zitting was op 17 maart 2026. De beoordeling beperkt zich daarom tot de vraag of de tenuitvoerlegging vóór de opheffing onrechtmatig is geweest.
Standpunt eiser: de minister heeft niet aan zijn inspanningsplicht voldaan, omdat niet om goedkeuring is gevraagd voor een gehoor zonder rechtsbijstand (verwijzing naar deze rechtbank en zittingsplaats, 19 september 2024), en omdat hij vóór de zitting is overgedragen, waardoor zijn recht om door een rechter te worden gehoord is geschonden.
Standpunt minister: De minister heeft de zware grond 3e ter zitting gehandhaafd en zich op dat punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De uitspraak geeft zijn standpunt op de overige punten niet afzonderlijk weer.
Overwegingen rechtbank
- Kernoverweging rechtsbijstand: in de M105 is eiser meegedeeld dat hij bij verhoor recht heeft op bijstand van zijn advocaat en hij wilde daarvan gebruikmaken. Uit de M110 blijkt dat de piketdienst vóór het gehoor is ingelicht, dat een kantoorgenoot van de gemachtigde niet aanwezig kon zijn maar eiser vooraf telefonisch wilde spreken, dat de gemachtigde dat gesprek heeft gevoerd, en dat de ambtenaar dit aan eiser heeft meegedeeld, waarop eiser “Oké” antwoordde.
- Die gang van zaken is niet betwist; de minister heeft aan zijn inspanningsplicht voldaan. Nog los van de vraag of expliciet om goedkeuring moet worden gevraagd, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in zijn belangen is geschaad, nu hij vóór het gehoor telefonisch contact met zijn advocaat heeft gehad. De verwijzing naar ECLI:NL:RBDHA:2024:14821 slaagt niet: daar was eenzijdig meegedeeld dat de advocaat niet komt, zonder telefonisch contact.
- Aanwezigheid ter zitting: het recht om te worden gehoord is een fundamenteel onderdeel van de mogelijkheden om de inbewaringstelling te bestrijden (ECLI:NL:RVS:2020:991 en ECLI:NL:RVS:2025:3939), maar het is niet absoluut en kan evenredig worden beperkt; of de minister alternatieven moet onderzoeken hangt af van de omstandigheden (ECLI:NL:RVS:2025:86).
- De bewaring vond plaats met het oog op overdracht, die voorbereiding vergt. Uitstel daarvan vanwege aanwezigheid ter zitting zou betekenen dat eiser langer in bewaring blijft, terwijl de bewaring zo kort mogelijk moet duren. Opheffing vóór de uitzetting weegt daarom zwaarder, mede omdat de gemachtigde pas de avond voor de zitting een beroep op dat recht deed, toen eiser al was overgedragen.
- Gronden: concreet aanknopingspunt voor overdracht onder de Dublinverordening en een significant onttrekkingsrisico; zware gronden 3a, 3e en 3k, lichte gronden 4a, 4c en 4d.
- De rechtbank heeft grond 3e ambtshalve aan de orde gesteld; die kan niet worden tegengeworpen, omdat het niet gaat om onjuiste of tegenstrijdige gegevens maar om een andere volgorde van de opgegeven namen. De feitelijke juistheid van de overige gronden is niet betwist; die dragen de maatregel, omdat daaruit een significant onttrekkingsrisico volgt.
- De ambtshalve rechtmatigheidsbeoordeling leidt niet tot de conclusie dat de maatregel tot het moment van de opheffing op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond.
- Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14821 (Rb. Den Haag zp Roermond, 19 september 2024): de uitspraak waarop eiser zich beroept; daar ontbrak telefonisch contact met de advocaat.
- ECLI:NL:RVS:2020:991 (ABRvS, 7 april 2020): het recht om te worden gehoord bij bewaring.
- ECLI:NL:RVS:2025:3939 (ABRvS, 25 juli 2025): idem.
- ECLI:NL:RVS:2025:86 (ABRvS, 15 januari 2025): of alternatieven moeten worden onderzocht, hangt af van de omstandigheden.
