Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 10-09-2025 | NL25.40583 | ECLI:NL:RBDHA:2025:18687 | Bewaring – verlengingsbesluit (art. 59 lid 1 en lid 6 Vw 2000) | BEROEP ONGEGROND | Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2025:4578, Bekrachtiging
Feiten en Procesverloop
Eiser wordt beoogd uitgezet naar Gambia. Op 28 januari 2025 werd eiser in bewaring gesteld op grond van art. 59b Vw. Op 3 maart 2025 werd die maatregel opgeheven en aansluitend werd een nieuwe maatregel opgelegd op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Op 5 maart 2025 verzond verweerder een nieuwe laissez-passer-aanvraag aan de Gambiaanse autoriteiten. Bij besluit van 25 augustus 2025 verlengde de Minister de maatregel met ten hoogste twaalf maanden.
Eiser betoogde: (1) schending legaliteitsbeginsel – verlengingsbesluit vermeldt art. 59 lid 6 Vw niet uitdrukkelijk; (2) verlengingsbesluit niet tijdig – termijn zou zijn aangevangen op 28 januari 2025; (3) geen zicht op uitzetting naar Gambia – ondanks 38 rappels geen lp, dactyloscopisch systeem defect; (4) belangenafweging moet in zijn voordeel uitvallen.
Overwegingen Rechtbank
1. Legaliteitsbeginsel. De wettelijke grondslag is voldoende kenbaar uit art. 59 Vw gelezen in het licht van art. 15 lid 5 en 6 Richtlijn 2008/115/EG, ook al ontbreekt de expliciete vermelding van het zesde lid.
2. Tijdigheid verlengingsbesluit. Bewaring op grond van art. 59b Vw telt niet mee voor de termijn van art. 15 lid 5 Terugkeerrichtlijn (ECLI:EU:C:2009:741, HvJ 30 november 2009, Kadzoev, punt 48). De zesmaandentermijn ving aan op 3 maart 2025; het verlengingsbesluit van 25 augustus 2025 was daarmee tijdig.
3. Zicht op uitzetting naar Gambia. In het algemeen bestaat zicht op uitzetting naar Gambia (ECLI:NL:RVS:2023:3003, ABRvS 4 augustus 2023). De lp-aanvraag van 5 maart 2025 is nog in behandeling. Eiser werkt actief en passief niet mee.
4. Verzwaarde belangenafweging. Na zes maanden bewaring geldt een verzwaarde belangenafweging; actieve en passieve sabotage door eiser rechtvaardigen voortzetting. Hoger beroep bekrachtigd: ECLI:NL:RVS:2025:4578.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond. Maatregel van bewaring (met verlenging) wordt voortgezet.
- Schadevergoeding: Verzoek afgewezen (art. 106 Vw 2000).
- Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij ABRvS binnen een week (verlengingsbesluit). Geen rechtsmiddel voor voortduring bewaring.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18687 – Hoofduitspraak; op hoger beroep bekrachtigd: ECLI:NL:RVS:2025:4578
- ECLI:EU:C:1987:431 (Kolpinghuis) – HvJEU 8 oktober 1987: legaliteitsbeginsel bij strafbepalingen (door eiser aangevoerd; niet gehonoreerd)
- ECLI:EU:C:2009:741 (Kadzoev) – HvJEU 30 november 2009, punt 48: periode asielzoekersbewaring (art. 59b) telt niet mee voor maximumtermijn bewaring ter verwijdering (art. 15 Terugkeerrichtlijn)
- ECLI:NL:RVS:2023:3003 – ABRvS 4 augustus 2023: zicht op uitzetting naar Gambia aanwezig in het algemeen
- ECLI:NL:RVS:2022:4002 – ABRvS 29 december 2022: DTC Rotterdam is speciale inrichting ex art. 16 Terugkeerrichtlijn
- ECLI:NL:RVS:2022:1710 – ABRvS 15 juni 2022: detentieregimeklachten via beklagcommissie, niet via bewaringsberoep
- ECLI:NL:RVS:2020:2795 – ABRvS 25 november 2020: idem
- ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X) – HvJEU 8 november 2022: verplichting ambtshalve toetsing rechtmatigheidsvoorwaarden bewaring
- Artikel 59, leden 1, 5 en 6, Vreemdelingenwet 2000 – Bewaring ter verwijdering en verlengingsregime
- Artikel 59b Vreemdelingenwet 2000 – Bewaring asielzoekers
- Artikel 15, leden 5 en 6, Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn) – Maximum- en verlengingstermijn bewaring
- Paragraaf A5/6.8 Vreemdelingencirculaire 2000 – Verzwaarde belangenafweging na zes maanden bewaring
- Artikel 106 Vreemdelingenwet 2000 – Schadevergoeding bij onrechtmatige bewaring