Roermond twijfelt aan zicht uitzetting Algerije

Bewaring – Algerije – ECLI:NL:RBDHA:2025:19983

Rb. zp. Den Haag | 30-10-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:19983 | NL25.50211 | Vreemdelingenrecht – Bewaring (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw) | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser (Algerijnse nationaliteit, geb. 1986) is op 29 juli 2025 door de Minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Eiser was eerder van 30 oktober 2024 tot 7 maart 2025 in bewaring geweest op dezelfde grondslag; de minister stelde hem op 7 maart 2025 in vrijheid wegens capaciteitsgebrek in het DTC. Op 1 november 2024 verzocht de DIA de Algerijnse autoriteiten om afgifte van een laissez-passer. Op 15 november 2024 bevestigden de Algerijnse autoriteiten de nationaliteit, maar werd geen lp afgegeven. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van eiser op 9 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4856) ongegrond en achtte de maatregel rechtmatig tot die datum. Het onderhavige (tweede) volgberoep werd ingesteld op 15 oktober 2025 en heeft betrekking op de periode 10 oktober tot en met 28 oktober 2025. Zitting: 28 oktober 2025.

Overwegingen Rechtbank

Drie beroepsgronden slagen elk zelfstandig:

  • Grond 1 – Onjuiste en onvolledige informatieverstrekking (M120): De M120’s die in opeenvolgende procedures zijn overgelegd, bevatten inconsistente en wisselende gegevens zonder verklaring. Relevante informatie — eerdere bewaringsduur, vrijheidsstelling 7 maart 2025 wegens capaciteitsgebrek, exacte rappeldata — ontbreekt structureel. Als rechtsregel geldt: de bewijslast voor de rechtmatigheid van de bewaring rust op verweerder; het dossier moet volledig en juist zijn (art. 15 lid 3 Richtlijn 2008/115 jo. art. 47 Handvest). Herhaald onjuist informeren leidt zelfstandig tot opheffing.
  • Grond 2 – Onvoldoende voortvarendheid: De DIA heeft sinds oktober 2024 slechts vier keer op zaaksniveau gerappelleerd; sinds 16 september 2025 uitsluitend schriftelijk. Dit is onvoldoende, gelet op de reeds verstreken tijd en het ontbreken van resultaat.
  • Grond 3 – Geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn: Ruim één jaar na de nationaliteitsbevestiging van 15 november 2024 is nog steeds geen lp afgegeven. Het beleid van de nieuwe Algerijnse consul doet vermoeden dat spoedige afgifte niet te verwachten is.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep gegrond op drie zelfstandige gronden.
  • Gevolgen: Onmiddellijke opheffing maatregel; onmiddellijke invrijheidstelling.
  • Schadevergoeding: € 2.000,- (periode 10 oktober t/m 28 oktober 2025), te betalen door de griffier.
  • Proceskosten: € 1.814,00 ten laste van verweerder.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij ABRvS binnen één week na bekendmaking.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder