Zicht uitzetting Tunesië blijkt uit cijfers

Rb. Den Haag | zp Groningen | ECLI:NL:RBDHA:2025:17325 | 19-09-2025 | NL25.41509 | Bewaring (art. 59 lid 1 sub a Vw 2000) – volgberoep | Beroep ongegrond


Feiten en Procesverloop

Eiser heeft de Tunesische nationaliteit en beschikt niet over identiteitsdocumenten. De minister heeft op 15 juli 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. De maatregel duurt nog voort.

Dit is een volgberoep: de rechtbank heeft de bewaring eerder getoetst in de uitspraak van 6 augustus 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:14566, zaaknummer NL25.32795), waarbij de maatregel tot het sluiten van dat onderzoek op 1 augustus 2025 rechtmatig was bevonden. De onderhavige toets beperkt zich daarmee tot de periode vanaf 1 augustus 2025 tot het sluiten van het onderzoek op de zitting van 12 september 2025. Eiser en zijn gemachtigde zijn – met voorafgaande kennisgeving – niet op de zitting verschenen.

Eiser voert aan dat de bewaring onrechtmatig voortduurt wegens: (1) het ontbreken van zicht op uitzetting naar Tunesië, nu de laissez-passeraanvraag (hierna: lp-aanvraag) inmiddels vijf maanden loopt zonder dat duidelijk is of de Tunesische autoriteiten deze in behandeling hebben genomen; en (2) het ontbreken van een kenbare belangenafweging in de voortgangsrapportage bij de beslissing de bewaring voort te zetten.


Overwegingen Rechtbank

Zicht op uitzetting

De rechtsregel die de rechtbank hanteert, is ontleend aan ECLI:NL:RVS:2023:3990 (Afdeling, 30 oktober 2023, bevestigd bij ECLI:NL:RVS:2025:275, 28 januari 2025): zicht op uitzetting naar Tunesië in het algemeen ontbreekt niet. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen.

Ten overvloede verstrekte de minister op zitting de volgende cijfers over het eerste halfjaar 2025: 41 lp-aanvragen bij Tunesische autoriteiten ingediend, 11 nationaliteiten bevestigd, 3 lp’s afgegeven, 7 uitzettingen op basis van een lp. Deze cijfers tonen aan dat de Tunesische autoriteiten in zekere mate meewerken. De omstandigheid dat in de cijfers geen onderscheid is gemaakt tussen gedocumenteerde en ongedocumenteerde vreemdelingen, doet hieraan niet af: het is aan eiser als ongedocumenteerde om zelf identificerende documenten te verkrijgen. De lp-aanvraag loopt nog niet zodanig lang dat een afgifte binnen afzienbare tijd niet meer aannemelijk is.

Voortvarendheid

Uit de voortgangsrapportage en de zitting blijkt dat na het sluiten van het vorige onderzoek (1 augustus 2025) de volgende stappen zijn gezet: een vertrekgesprek op 14 augustus 2025, en rappels op de lp-aanvraag bij de Tunesische autoriteiten op 15 augustus 2025 en 4 september 2025. De rechtbank acht deze gang van zaken voldoende voortvarend.

Belangenafweging

Gelet op de duur van de bewaring is de minister nog niet gehouden een verzwaarde belangenafweging te maken. De rechtbank constateert ook overigens geen feiten of omstandigheden die de minister aanleiding hadden moeten geven de bewaring op te heffen.


Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond; de maatregel van bewaring blijft van kracht.
  • Schadevergoeding (art. 106 Vw 2000): Verzoek afgewezen. Tarief (ter referentie): € 100/dag detentiecentrum | € 130/dag politiecel of uitzetcentrum met verhoogd regime.
  • Proceskosten: Geen veroordeling.
  • Rechtsmiddel: Geen. Tegen deze uitspraak (volgberoep) staat geen rechtsmiddel open.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder