Dublingrensbewaring niet toegestaan wanneer geen zicht op overdracht (Italië)

ECLI:NL:RBDHA:2025:20690 Rb. Den Haag | zp. Amsterdam | 24-10-2025 | NL25.46774 | Grensdetentie (art. 6 lid 3 Vw) | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser (nationaliteit niet vermeld; beschikt over een ongebruikt Schengenvisum voor Italië in zijn paspoort) is op 19 september 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van art. 6, derde lid, Vw 2000. De maatregel is gebaseerd op Dublinaanknopingspunten met Italië. Op 26 september 2025 heeft verweerder de maatregel opgeheven, direct na ontvangst van het claimakkoord van de Italiaanse autoriteiten. Eiser betoogt dat van aanvang af vaststond dat overdracht aan Italië vanuit grensdetentie niet uitvoerbaar was. Eiser is (met bericht van verhindering) niet ter zitting verschenen op 7 oktober 2025.

Overwegingen Rechtbank

  • Twee toepassingssituaties art. 6 lid 3 Vw: Rechtsregel (ECLI:NL:RVS:2019:1528): binnen art. 6, derde lid, Vw zijn twee onderscheiden toepassingssituaties te onderscheiden, elk met een eigen doel: (i) bewaking van het grensbewakingsbelang in het algemeen; en (ii) grensdetentie in afwachting van een mogelijke Dublinoverdracht. In eisers geval is de maatregel uitsluitend opgelegd wegens de Dublin-aanknopingspunten met Italië.
  • Maatregel onrechtmatig vanaf oplegging: Verweerder heeft ter zitting erkend dat overdracht aan Italië vanuit grensdetentie structureel niet uitvoerbaar is. De rechtbank volgt de zittingsplaats Amsterdam van 13 augustus 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:23152): indien verweerder bij oplegging al wist dat Dublinoverdracht structureel niet-uitvoerbaar is, ontbreekt een concreet aanknopingspunt voor overdracht en is de bevoegdheid ingezet voor een doel dat feitelijk niet kon worden bereikt. De maatregel had daarmee geen deugdelijke wettelijke grondslag en was van aanvang af onrechtmatig.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep gegrond.
  • Gevolgen: De maatregel was reeds opgeheven op 26 september 2025 (8 dagen detentie).
  • Schadevergoeding: € 800,— (8 dagen × € 100,— verblijf detentiecentrum).
  • Proceskosten: € 907,— (1 punt voor het beroepschrift, waarde per punt € 907,—, wegingsfactor 1); betaling aan de rechtsbijstandverlener (toevoeging).
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder