Rechtbank vertrouwt zwartwerker met gesteld vast adres bij familie

ECLI:NL:RBDHA:2025:20694 Rb. Den Haag | zp. Amsterdam | 20-10-2025 | NL25.48236 | Bewaring (art. 59a lid 1 Vw) | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

De minister heeft op 25 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van art. 59a, eerste lid, Vw 2000 (overdrachts­maatregel). Eiser is vijf à zes maanden eerder naar Nederland gekomen om zijn zoon, schoondochter en kleinkind te bezoeken en werkte als laminaatlegger. Hij is aangehouden bij de aanvraag van een BSN-nummer wegens identiteitsfraude en daarvoor veroordeeld. Tijdens het bewaringsgehoor heeft eiser een vaste verblijfplaats bij zijn broer opgegeven (naam en adres) en verklaard mee te zullen werken aan zijn vertrek. Eiser had geen eerdere contacten met de vreemdelingenpolitie. Op 8 oktober 2025 is de maatregel door verweerder opgeheven. Nationaliteit niet vermeld. De zitting vond plaats op 14 oktober 2025.

Overwegingen Rechtbank

  • Grondslag ophouding (art. 50a vs. 50 lid 3 Vw): Eisers betoog dat verweerder art. 50a Vw had moeten toepassen, slaagt niet: art. 50a vereist rechtmatig verblijf als bedoeld in art. 8 aanhef en onder f tot en met h en m Vw, wat niet is gebleken.
  • Lichter middel – ultimum remedium: Rechtsregel (ECLI:NL:RVS:2015:674ECLI:NL:RVS:2015:1309 en ECLI:EU:C:2014:1320, Mahdi): bewaring is ultimum remedium; verweerder dient onbevangen, nieuwsgierig en pro-actief te onderzoeken of alternatieven voorhanden zijn; grondig feitenonderzoek en specifieke motivering zijn vereist.
  • Onvoldoende onderzoek: Eiser heeft tijdens het gehoor een vaste woon- en verblijfplaats met naam en adres opgegeven én verklaard mee te zullen werken. Deze combinatie had bij verweerder aanleiding moeten zijn voor nadere vragen of concrete afspraken over een lichter middel, temeer nu eiser geen track-record van niet-naleving heeft. De maatregel bevat ook geen kenbare motivering van de afweging van de vaste verblijfplaats en meewerkbereidheid.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep gegrond; de maatregel was vanaf het moment van oplegging onrechtmatig.
  • Gevolgen: De maatregel was reeds opgeheven op 8 oktober 2025.
  • Schadevergoeding: € 1.430,— (1 dag × € 130,— politiecel + 13 dagen × € 100,— detentiecentrum).
  • Proceskosten: € 1.814,— (1 punt beroepschrift + 1 punt zitting, elk € 907,—, wegingsfactor 1); betaling aan de rechtsbijstandverlener (toevoeging).
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder