Raad van State | hoger beroep van Rb. Den Haag zp Haarlem (11-08-2025, NL25.33670) | 20-11-2025 | ECLI:NL:RVS:2025:5646 | 202504642/1/V3 | Vreemdelingenrecht — lichter middel; endoscopie-afspraak | Hoger beroep appellant gegrond; bewaring onrechtmatig van aanvang
Feiten en Procesverloop
Op 23 juli 2025 stelde de minister een vreemdeling in bewaring. In het pv van die datum stond vermeld dat appellant op de dag van de inbewaringstelling een endoscopie-afspraak had. De minister betrok deze omstandigheid niet bij de beoordeling van het lichter middel. De Rechtbank Den Haag (zp Haarlem) verklaarde het beroep op 11 augustus 2025 ongegrond. Bewaring eindigde 13 augustus 2025. Appellant stelde hoger beroep in.
Overwegingen Afdeling
- Lichter middel — endoscopie-afspraak: art. 5.2 Vb 2000 vereist dat de minister bij oplegging kenbaar maakt waarom een lichter middel ontoereikend is. De endoscopie-afspraak was in het pv vermeld maar niet betrokken bij de afweging — ratio: een concrete medische afspraak op de dag van oplegging vormt een relevante omstandigheid die in de lichter-middel-afweging betrokken dient te worden; het nalaten hiervan is een motiveringsgebrek dat de maatregel van aanvang onrechtmatig maakt.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: hoger beroep appellant gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd; bewaring onrechtmatig van aanvang (23 juli–13 augustus 2025).
- Gevolgen: bewaring was reeds geëindigd.
- Schadevergoeding: EUR 2.200 (periode 23 juli–13 augustus 2025).
- PKV: EUR 2.721.
- Rechtsmiddel: geen.
Noten
- Art. 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000 — motiveringsplicht lichter middel bij oplegging bewaring; alle relevante omstandigheden moeten worden betrokken
- ECLI:NL:RVS:2016:1908 — motiveringsplicht lichter middel; relevante omstandigheden moeten in afweging worden betrokken