Binnentreden rechtmatig; redelijk vermoeden op basis van machtiging andere vreemdeling

Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 04-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:25444 | NL25.50112 | Vreemdelingenrecht — art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000 | Ongegrond

Feiten en Procesverloop

Op 9 oktober 2025 werd eiser in bewaring gesteld op grond van art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000. De aanhouding vond plaats op basis van een machtiging tot binnentreden die was afgegeven voor een andere vreemdeling op hetzelfde adres. Op basis van een DT&V-infoset met foto was de identiteit van eiser reeds vóór de ophouding vastgesteld. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de binnentreding en de grondslag van de ophouding. Zitting 22 oktober 2025; onderzoek gesloten 28 oktober; uitspraak 4 november 2025.

Overwegingen Rechtbank

  • Rechtmatigheid binnentreden: de machtiging was verstrekt voor een andere vreemdeling, maar gaf aanleiding tot een redelijk vermoeden dat op het bekende verblijfadres ook andere vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf aanwezig waren. ECLI:NL:RVS:2024:3058 en ECLI:NL:RVS:2011:1062 — ratio: een machtiging voor één vreemdeling geeft bij bekende illegale verblijfadressen een redelijk vermoeden ten aanzien van alle aanwezige ongedocumenteerden; binnentreding rechtmatig.
  • Ophouding art. 50 lid 3 Vw: correct; identiteit was via DT&V-infoset reeds vastgesteld.
  • Bewaringsgronden: onbestreden aanwezig (illegale binnenkomst, niet-naleving vertrekbevel, onvoldoende medewerking identiteitsvaststelling, tegenstrijdige verklaringen, geen vaste woonplaats, onvoldoende middelen).
  • Ambtshalve toetsing non-refoulement art. 5 Terugkeerrichtlijn: geen schendingen vastgesteld.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: beroep ongegrond.
  • Gevolgen: bewaring voortgezet.
  • Schadevergoeding: afgewezen.
  • PKV: geen.
  • Rechtsmiddel: hoger beroep ABRvS binnen één week.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder