Raad van State | hoger beroep van Rb. Den Haag zp Arnhem (06-04-2023, NL22.8408) | 19-11-2025 | ECLI:NL:RVS:2025:5547 | 202302824/1/V3 | Vreemdelingenrecht — presentatie in persoon hangende beroep | Hoger beroep appellant gegrond; beroep gegrond; besluit vernietigd
Feiten en Procesverloop
Een Nigeriaans onderdaan vroeg asiel aan op basis van gesteld IPOB-lidmaatschap (Indigenous People of Biafra). Bij besluit van 14 april 2022 wees de staatssecretaris de aanvraag af. Hangende het beroep, al voorafgaand aan de zitting, presenteerde de minister appellant op 20 oktober 2022 in persoon bij de Nigeriaanse autoriteiten. Uit het gespreksverslag bleek dat appellant zijn IPOB-lidmaatschap had meegedeeld. De rechtbank oordeelde in 2023 dat de presentatie onzorgvuldig was maar niet tot schade leidde. Appellant stelde hoger beroep in.
Overwegingen Afdeling
- Schending Gnandi-beginsel: alle rechtsgevolgen van een terugkeerbesluit dienen te worden geschorst zolang het beroep daartegen aanhangig is. ECLI:EU:C:2018:465 (Gnandi) — ratio: presentatie in persoon bij autoriteiten van het herkomstland valt onder de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit; de gevolgen zijn onomkeerbaar en ondermijnen de doeltreffendheid van het rechtsmiddel.
6. Uit het arrest Gnandi volgt niet dat de minister hangende beroep in het geheel geen voorbereidende handelingen mag verrichten die zijn gericht op de terugkeer van een vreemdeling. De minister heeft er terecht op gewezen dat het, met het oog op een doeltreffend terugkeerbeleid, van belang is dat er, nog voordat de rechter heeft beslist op het door een vreemdeling ingestelde beroep, al kan worden begonnen met de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De minister moet daarbij wel waarborgen dat deze handelingen niet in strijd zijn met het beginsel van non-refoulement. Ook moet het rechtsmiddel tegen de afwijzing van de asielaanvraag ten volle doeltreffend zijn.
6.1. Het is niet toegestaan om een vreemdeling in persoon te presenteren voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het door de vreemdeling ingestelde beroep. (…) Het risico dat bij een presentatie in persoon in strijd zou kunnen worden gehandeld met het beginsel van non-refoulement, en daarmee ook de doeltreffendheid van het rechtsmiddel niet kan worden gegarandeerd, is naar het oordeel van de Afdeling dusdanig groot, dat de presentatie in persoon niet mag plaatsvinden voordat de rechter de afwijzing van de asielaanvraag in beroep heeft getoetst. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
- Art. 61 lid 2 en art. 63 lid 3 Vw 2000 kunnen niet als grondslag dienen voor presentatie in persoon hangende beroep.
- Gevolg IPOB-vermelding: minister dient bij nieuw besluit ervan uit te gaan dat Nigeriaanse autoriteiten appellant thans een IPOB-lidmaatschap toedichten.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: hoger beroep appellant gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd; beroep gegrond; besluit 14 april 2022 vernietigd.
- Gevolgen: minister dient nieuw besluit te nemen, uitgaande van IPOB-toewijzing.
- PKV: EUR 4.535.
- Rechtsmiddel: geen.
Noten
- ECLI:EU:C:2018:465 (Gnandi) — alle rechtsgevolgen terugkeerbesluit moeten schorsen hangende beroep; presentatie in persoon is een rechtsgevolg
- Art. 61 lid 2 Vw 2000 — zelfstandige vertrekplicht
- Art. 63 lid 3 Vw 2000 — medewerking aan vertrek