Zorg bejaarde moeder is geen afhankelijkheid die terugkeer en bewaring stopt

Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 05-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:20867 | NL25.51159 en NL25.51134 | Terugkeerbesluit + Bewaring (art. 59 lid 1 sub a Vw) | Beide beroepen ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser (Marokkaanse nationaliteit) verblijft al lange tijd zonder rechtmatig verblijf in Nederland en zorgt voor zijn bejaarde moeder. Op 24 september 2025 zijn twee besluiten opgelegd: een aanvullend terugkeerbesluit met Marokko als land van terugkeer (NL25.51159, aanvulling op het terugkeerbesluit van 15 januari 2013) en een maatregel van bewaring (NL25.51134). Een groot aantal stukken werd pas op de dag van de zitting aan het dossier toegevoegd; de rechtbank heropende het onderzoek om eiser de gelegenheid te geven te reageren.

Overwegingen Rechtbank

  • Geldigheid aanvullend terugkeerbesluit: Het terugkeerbesluit van 15 januari 2013 miste een land van terugkeer. Het aanvullend besluit van 24 september 2025 vult dit ontbrekende bestanddeel aan; gecombineerd voldoet het aan alle vereisten. Conform ECLI:NL:RVS:2021:1155 (FMS-vereiste — rechtsregel: het land van terugkeer moet in het terugkeerbesluit worden vermeld; dit gebrek kan met een aanvullend besluit worden hersteld) en ECLI:NL:RVS:2023:4578. De verwijzing naar ’30 sept. 2016′ is een kennelijke verschrijving voor 24 oktober 2016.
  • Non-refoulement (ECLI:EU:C:2024:892, Ararat, punt 35-38 — rechtsregel: bij een terugkeerbesluit dient de autoriteit te beoordelen of bij terugkeer een refoulementrisico bestaat; de vreemdeling dient een concreet risico te stellen): Eiser heeft geen concreet risico bij terugkeer naar Marokko gesteld. Grond slaagt niet.
  • Gezinsleven/privéleven (art. 8 EVRM): Conform ECLI:NL:RVS:2022:2918 (rechtsregel: bij een op zichzelf staand terugkeerbesluit — los van een asielaanvraag — hoeft niet te worden getoetst of terugkeer in strijd is met art. 8 EVRM) is toetsing hier niet vereist. De zorg voor de bejaarde moeder levert geen afhankelijkheidsrelatie op die een recht op verblijf kan dragen.
  • Zware grond 3c + lichte gronden 4c en 4d (art. 5.1b Vb): Feitelijk juist; dragen de bewaring. Voortvarend handelen: reisdocumentaanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten ingediend op 2 oktober 2025.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beide beroepen ongegrond.
  • Schadevergoeding: Afgewezen.
  • Proceskosten: Geen.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen één week (bewaring) respectievelijk vier weken (terugkeerbesluit) na bekendmaking.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder