Als zittingsrechter vaststelt dat eiser terug wil/kan, compenseert dat gebrek in motivering non-refoulement

Rb. Den Haag | zp ‘s-Hertogenbosch | 04-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:21150 | NL25.35083 | Bewaring (art. 59 lid 1 sub a Vw) – meervoudige kamer | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser (Algerijnse nationaliteit) is op 29 juli 2025 in bewaring gesteld; de maatregel is op 1 augustus 2025 opgeheven. De beoordeling beperkt zich tot de vraag of schadevergoeding verschuldigd is. De zaak is na enkelvoudige behandeling doorverwezen naar de meervoudige kamer vanwege de principiële vragen die het Adrar-arrest (ECLI:EU:C:2025:647) oproept over de vereiste non-refoulementtoetsing bij bewaring. Een tweede zitting vond op 2 oktober 2025 in meervoudige kamer plaats.

Overwegingen Rechtbank

  • Terugkeerbesluit als grondslag: De bewaringsrechter toetst slechts of het terugkeerbesluit voldoet aan de vereisten van het FMS-arrest (ECLI:EU:C:2020:367 — rechtsregel: het terugkeerbesluit dient als grondslag voor de bewaring; de bewaringsrechter toetst niet de materiële rechtmatigheid van dat besluit opnieuw) en of het correct is bekendgemaakt. Het ontbreken van een refoulementbeoordeling in een eerder, in rechte vaststaand terugkeerbesluit maakt de bewaring op zichzelf niet onrechtmatig.
  • Adrar-gebrek (ECLI:EU:C:2025:647, r.o. 66 — rechtsregel: bij oplegging van bewaring ter fine van terugkeer dient de autoriteit kenbaar te motiveren dat het non-refoulementbeginsel zich niet verzet tegen verwijdering, hetzij in de maatregel zelf, hetzij onder verwijzing naar actuele stukken): De minister heeft dit nagelaten. Gebrek geconstateerd.
  • Belangenafweging (art. 94 lid 6 Vw — conform ECLI:NL:RVS:2023:4066: een gebrek passeert indien het belang van betrokkene om zich te verweren niet wezenlijk is geschaad): Eiser heeft ter zitting verklaard geen daadwerkelijke vrees te hebben bij terugkeer naar Algerije en bereid te zijn mee te werken aan vrijwillig vertrek. Het belang is daarmee niet wezenlijk geschaad; de belangenafweging valt in het voordeel van de minister uit.
  • Zware gronden 3a/3b/3c (art. 5.1b lid 3 Vb): Alle drie gronden deugdelijk onderbouwd en niet betwist.
  • Lichter middel: Gespecialiseerde zorg in het detentiecentrum is gelijkwaardig aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij; geen aanleiding voor toepassing van een minder ingrijpend alternatief.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond.
  • Schadevergoeding: Afgewezen.
  • Proceskosten: Geen.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder