Verhoor bij zwakbegaafde is nu eenmaal onmogelijk

Rb. Den Haag | 24-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:25149 | NL25.60223 | Vreemdelingenrecht – Bewaring art. 59b lid 1 sub a en b Vw | Ongegrond

Feiten/Procesverloop

Eiser, Algerijns onderdaan (geboren 1993), is op 4 december 2025 om 15:00 uur in bewaring gesteld op grond van artikel 59b lid 1 sub a en b Vw 2000. Eiser was op diezelfde datum op Schiphol aangekomen in het kader van een Dublin-overdracht. Het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling werd vroegtijdig beëindigd: eiser sprak enkel in steekwoorden en gaf geen antwoorden, terwijl de reeds beschikbare medische informatie bij de verbalisant twijfel deed rijzen of een gehoor mogelijk was. Op de vijfde dag na inbewaringstelling werd eiser in de Extra Zorg Afdeling (EZA) geplaatst. De volgende ochtend om 09:33 uur werd hij geregistreerd in detentiecentrum Rotterdam. De zaak werd schriftelijk behandeld.

Overwegingen

De rechtbank oordeelt dat het vroegtijdig beëindigen van het gehoor het vereiste uit artikel 5.2 lid 1 Vb 2000 niet schendt: de minister kan een vreemdeling niet dwingen te antwoorden. De Afdeling heeft evenwel bepaald dat wanneer er duidelijke signalen zijn om te twijfelen of een vreemdeling gehoord kan worden, alternatieve inspanningen vereist zijn. Verweerder heeft aan die eis voldaan door contact op te nemen met de gemachtigde, die namens eiser een zienswijze gaf, en door tijdens een informeel moment bij het roken van een sigaret kennis te vergaren over eisers medicatiegebruik. Alle medische omstandigheden zijn vervolgens betrokken bij de beslissing tot inbewaringstelling.

De zware gronden 3a, 3b, 3c en 3e en de lichte gronden 4a, 4b, 4c en 4d zijn niet betwist, feitelijk juist en voldoende toegelicht. Laagbegaafdheid op zichzelf is onvoldoende om detentieongeschiktheid aan te nemen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij detentieongeschikt is. Plaatsing in de EZA op de vijfde dag is niet disproportioneel lang. De 24-uurtermijn is niet overschreden.

Conclusie

Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Noten

1. ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1710 (gehoor; alternatieve inspanningen bij twijfel over gehoorbaarheid)

2. HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858

3. HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar)

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder