Voornemen verlenging gestuurd naar verkeerde advocaat: alleen proceskosten

Rb. Den Haag zp Roermond | 15-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:27173 | NL25.58698 | Vreemdelingenrecht – Verlengingsbesluit bewaring art. 59 Vw | Ongegrond; proceskosten EUR 1.814

Feiten/Procesverloop

Eiser, Ghaans onderdaan (geboren 1984), is op 2 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw 2000. Eerdere beroepen (23 juni, 18 juli, 25 augustus en 13 oktober 2025) zijn steeds ongegrond verklaard. Op 28 november 2025 verlengde de minister de bewaring met maximaal twaalf maanden op grond van artikel 59 lid 6 Vw 2000. Eiser tekende beroep aan tegen zowel het voortduren van de bewaring als het verlengingsbesluit. De zitting vond plaats op 9 december 2025 via beeldverbinding; partijen stemden naderhand in met schriftelijke afdoening.

Overwegingen

De rechtbank beoordeelt de verlenging aan de hand van de voorwaarden van artikel 59 lid 6 Vw 2000: uitzetting vergt ondanks alle redelijke inspanningen meer tijd, hetzij omdat de vreemdeling niet meewerkt, hetzij omdat de benodigde documentatie ontbreekt. Aan beide voorwaarden is voldaan: eiser beschikt niet over een geldig reisdocument en heeft in meerdere vertrekgesprekken verklaard niets te zullen doen aan zijn terugkeerplicht, omdat hij niet naar Ghana wil. De presentatie bij de Ghanese ambassade op 2 juli 2025 werd door hem niet bijgewoond; de laissez-passeraanvraag is daarop schriftelijk in behandeling genomen. Verweerder rappelleert om de drie weken.

De zware gronden (3a: onregelmatige binnenkomst, 3b: onttrekking aan toezicht) en lichte gronden (4a, 4c, 4d) worden niet betwist. Het terugkeerbesluit geldt als rechtmatig nu het beroep daartegen ongegrond is verklaard en de uitkomst van het hoger beroep nog niet bekend is.

Zicht op uitzetting naar Ghana in het algemeen ontbreekt niet. Specifiek ten aanzien van eiser is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de Ghanese autoriteiten geen laissez-passer zullen verstrekken; zij hebben niet laten weten het traject te sluiten en het schriftelijke onderzoek loopt nog. Eiser kan dit traject versnellen door actief mee te werken.

Ten aanzien van het gestelde gezinsleven (vrouw en kind in Denemarken) oordeelt de rechtbank dat eiser niet concreet heeft gemaakt op welke wijze de bewaring hem in het contact belemmert. De overgelegde erkenningsdocumenten roepen gegronde twijfels op over hun echtheid. De verlenging is niet onevenredig bezwarend.

Het voornemen tot verlenging is abusievelijk naar de verkeerde gemachtigde verzonden, waardoor eiser geen zienswijze heeft kunnen indienen: een schending van het verdedigingsbeginsel. De rechtbank oordeelt echter dat deze schending niet fataal is, nu eiser via meerdere beroepsprocedures en vertrekgesprekken in ruime mate de gelegenheid heeft gehad zich te verweren en niet aannemelijk heeft gemaakt dat een zienswijze een andere uitkomst had kunnen bewerkstelligen. De schending rechtvaardigt wel een proceskostenveroordeling.

Conclusie

Het beroep is ongegrond. Het verlengingsbesluit is rechtmatig. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van EUR 1.814 vanwege de schending van het verdedigingsbeginsel.

Noten

1. ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4460 (verlengingsprocedure; vereisten Mahdi-arrest)

2. ABRvS 3 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:824 (zicht op uitzetting Ghana)

3. ABRvS 31 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2245 (geen aparte verzwaarde belangenafweging naast verlengingsbesluit)

4. ABRvS 21 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:181 (toetsingskader verdedigingsbeginsel)

5. ABRvS 19 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5284 (toetsingskader verdedigingsbeginsel)

6. ABRvS 23 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:224 (gezinsleven als belemmering bewaring)

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder