Nieuwe dacty blijft bijna drie weken liggen op kantoor: onaanvaardbaar traag

Rb. Den Haag zp Arnhem | 17-12-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:24137 | NL25.60024 | Vreemdelingenrecht – Vervolgberoep bewaring | Gegrond; EUR 2.000 schadevergoeding

Feiten/Procesverloop

Eiser, Marokkaans onderdaan, is op 27 augustus 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw 2000. Een eerder vervolgberoep leidde op 17 november 2025 tot het oordeel dat de bewaring tot 12 november 2025 rechtmatig was. In het onderhavige vervolgberoep betoogt eiser dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Op 21 november 2025 berichtte de vertegenwoordiger van het Marokkaanse consulaat in Den Bosch dat de eerder geleverde vingerafdrukken niet bruikbaar bleken voor het dactyloscopisch onderzoek in Rabat en dat nieuwe originele vingerafdrukken vereist waren. Op 26 november 2025 werden nieuwe vingerafdrukken van eiser afgenomen. Op de zitting van 16 december 2025 deelde de gemachtigde van de minister mee dat de nieuwe vingerafdrukken diezelfde dag per aangetekende post naar het consulaat zouden worden verstuurd.

Overwegingen

De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Tussen het afnemen van de nieuwe vingerafdrukken op 26 november 2025 en het versturen ervan op 16 december 2025 ligt een periode van twintig dagen, terwijl deze vingerafdrukken essentieel waren voor de voortzetting van het uitzettingsproces. Een geldige reden voor deze vertraging is niet gegeven. Dat de minister op 27 november 2025 een rappel heeft verstuurd naar de Marokkaanse vertegenwoordiging en op 2 december 2025 een vertrekgesprek heeft gevoerd, maakt dit niet anders: zonder nieuwe bruikbare vingerafdrukken hadden deze activiteiten geen zin. De bewaring is daarmee onrechtmatig geworden per 27 november 2025.

Conclusie

Het beroep is gegrond. De bewaring is met ingang van 27 november 2025 onrechtmatig. De opheffing van de maatregel wordt bevolen. De Staat wordt veroordeeld tot betaling van EUR 2.000 schadevergoeding (20 dagen × EUR 100) en EUR 1.814 proceskosten.

Noten

1. Rb. Den Haag zp Arnhem 17 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21711

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder