Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 02-07-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:12006 | NL25.27100 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 sub a Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser (nationaliteit niet vermeld) is op 17 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Eiser is na een strafrechtelijke aanhouding direct overgedragen aan de vreemdelingenpolitie. Op 20 juni 2025 zijn de vluchtgegevens bekend geworden. Eiser heeft ter zitting op 25 juni 2025 afstand gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn bij de behandeling. Strafrechtelijke achtergrond: één verdenking bedelen Rotterdam 2012; geen lopende strafonderzoeken bij het OM.
Eiser betoogt dat verweerder vóór of direct na de oplegging van de maatregel een uittreksel justitiële documentatie (JD) had moeten opvragen en zo nodig contact met het OM had moeten opnemen.
Overwegingen Rechtbank
1. Opvragen uittreksel JD vóór de bewaring:
Onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2023:3025 — het opvragen van een uittreksel JD is een handeling in het kader van de uitzetting of overdracht en is in beginsel niet vereist voorafgaand aan de bewaring; uit oogpunt van voortvarend handelen kan dit wél worden verlangd wanneer de vreemdeling aansluitend aan strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring wordt gesteld en de uitzettingsdatum al bekend is — oordeelt de rechtbank:
Eiser is na zijn strafrechtelijke aanhouding direct overgedragen aan de vreemdelingenpolitie. Er is dus geen sprake van een situatie waarbij de bewaring aansluit op strafrechtelijke detentie met een bekende uitzettingsdatum. Verweerder hoefde voorafgaand aan de bewaring geen uittreksel JD op te vragen.
2. Opvragen uittreksel JD na het bekend worden van de vluchtgegevens (20 juni 2025):
Uit paragraaf A3/6.3, aanhef en onder c, Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat het opvragen van een uittreksel JD en het benaderen van het OM aan de orde is bij misdrijven. In eisers geval is uitsluitend sprake van bedelen (Rotterdam 2012) — een overtreding, geen misdrijf. Er zijn ook geen andere lopende strafonderzoeken bekend. Verweerder was dan ook niet gehouden een uittreksel JD op te vragen.
3. Voortvarend handelen en zicht op uitzetting:
De rechtbank stelt vast dat verweerder voldoende voortvarend heeft gewerkt aan eisers uitzetting en dat het zicht op uitzetting aanwezig is, gelet op de korte periode van bewaring.
4. Ambtshalve toetsing:
Onder verwijzing naar ECLI:EU:C:2022:858 — de rechtbank is gehouden ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de bewaringsmaatregel te toetsen — ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond; bewaring blijft voortduren.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Proceskosten: Geen veroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2023:3025 — ABRvS 2023: opvragen uittreksel JD is een uitzethandeling en in beginsel niet vereist vóór bewaring; uit voortvarendheid kan dit wél worden gevergd bij aansluitende strafdetentie met bekende uitzettingsdatum.
- ECLI:EU:C:2022:858 — HvJ EU 8 november 2022: de rechter is gehouden ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de bewaringsmaatregel te toetsen; bewaring is alleen rechtmatig bij een geldige wettelijke grondslag.
- Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 — bewaring ter fine van terugkeer.
- Paragraaf A3/6.3 Vreemdelingencirculaire 2000 — beleid inzake opvragen uittreksel JD en contact met OM; vereist bij misdrijven, niet bij overtredingen.
