Rb. Den Haag | RECHTBANK DEN HAAG / Zittingsplaats Haarlem | 10-04-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:9260 | NL26.14515 | Vreemdelingenrecht (bestuursrecht) | Beroep ongegrond; verzoeken om schadevergoeding en herziening afgewezen
Feiten en Procesverloop
Eiser stelt Algerijn te zijn, geboren 1977 (r.o. 1). Bewaring opgelegd 7 oktober 2025 (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw); beroep tegen het voortduren met verzoek om schadevergoeding; voortgangsrapportage; bewaring opgeheven 10 maart 2026; zitting 30 maart 2026. Eerdere uitspraak van 6 maart 2026 (NL26.8183): rechtmatig tot sluiting onderzoek 5 maart 2026 (r.o. 2.1).
Eiser vroeg herziening van de uitspraak van 10 november 2025 (r.o. 5). Eiser: de bewaring op basis van het terugkeerbesluit van 14 december 2010 duurde langer dan 18 maanden; geen verlengingsbesluit na zes maanden; dus van begin af onrechtmatig en in strijd met art. 5 EVRM; hij verwijst naar Rb. Den Haag zp Amsterdam 25 maart 2026 (NL26.12427) (r.o. 3.1).
Overwegingen Rechtbank
- Door de opheffing is alleen schadevergoeding aan de orde; alleen de periode na 5 maart 2026 is relevant (r.o. 2, 2.1).
- HvJ-EU 5 maart 2026, Aroja, ECLI:EU:C:2026:148 (r.o. 3): bewaring ter uitvoering van één terugkeerbesluit mag maximaal 18 maanden duren; periodes worden opgeteld; bij zes maanden totaal is een verlengingsbesluit nodig.
- Aroja ziet op besluiten op grond van de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG), die pas op 15 december 2011 is geïmplementeerd; het besluit van 14 december 2010 valt er niet onder (r.o. 3.2). HvJ-EU Kolpinghuis, 8 oktober 1987, ECLI:EU:C:1987:431: een lidstaat kan zich niet ten laste van een particulier beroepen op een niet-geïmplementeerde richtlijnbepaling; geen terugwerkende kracht (r.o. 3.2, voetnoot 5).
- Het terugkeerbesluit van 22 maart 2024 is geen aanvulling op dat van 2010 (r.o. 3.3). Bewaringsperioden daarop: 22 maart t/m 8 april 2024 en 7 oktober 2025 t/m 10 maart 2026; geen 18 maanden en geen zes maanden bereikt, dus geen verlengingsbesluit nodig (r.o. 3.3-3.4).
- Ambtshalve geen andere onrechtmatigheid (r.o. 4). Herziening: daargelaten of mogelijk, geen schadevergoeding gelet op r.o. 3.4 (r.o. 5).
- Zware (art. 5.1b lid 3 Vb) en lichte gronden (lid 4): niet besproken.
Conclusie en Gevolgen
Beroep ongegrond; verzoek schadevergoeding (art. 106 Vw) en herziening afgewezen (r.o. 6); geen bedrag toegekend; geen proceskostenveroordeling (r.o. 6.1). Rechtsmiddel: geen rechtsmiddel vermeld.
