Palestijn uit Gaza mag in grensdetentie, geen 15c

Rb. Den Haag | Zittingsplaats: DEN HAAG, Bestuursrecht’) | 10-04-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:8784 | NL26.16773 | Vreemdelingenrecht (bestuursrecht) | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2026 is met toepassing van art. 6 lid 3 Vw een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Beroep, mede verzoek om schadevergoeding. Schriftelijke behandeling met toestemming van partijen: gronden 30 maart 2026, reactie minister 31 maart 2026, onderzoek gesloten 7 april 2026. Eiser stelt een staatloze Palestijn uit Gaza te zijn (r.o. 4); in Gaza is sprake van willekeurig geweld (15c-situatie); volgens werkinstructie 2022/15 kan de asielaanvraag niet worden afgedaan op grond van art. 30, 30a of 30b Vw, zodat de maatregel op grond van art. 3.109b lid 3 Vb moet worden opgeheven.

De minister wil onderzoek doen naar identiteit, nationaliteit, reisroute, eerdere verblijfslanden, 1F-indicaties, openbare orde, geloofwaardigheid van het relaas en verblijfsvergunning.

Overwegingen Rechtbank

  • Art. 94 lid 6 Vw: beroep gegrond bij strijd met de Vw of onverantwoorde belangenafweging (r.o. 2). Art. 5.1a Vb: de maatregel van art. 6 lid 3 Vw dient het grensbewakingsbelang; niet opgelegd of voortgezet bij bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken (r.o. 3).
  • ABRvS 3 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1451 en ECLI:NL:RVS:2016:1452 (r.o. 6, voetnoot 1): in beginsel mogen alle aan de buitengrens gedane asielaanvragen in de grensprocedure worden beoordeeld; geen toets vooraf op inwilligbaarheid; de minister krijgt een redelijke termijn voor onderzoek, de beslissing volgt in beginsel na het nader gehoor.
  • De minister mag het onderzoek afwachten; niet uitgesloten dat de aanvraag alsnog wordt afgedaan op grond van art. 30, 30a of 30b Vw (r.o. 6.1). Werkinstructie 2022/15 laat behandeling van 15c-aanvragen in de grensprocedure uitdrukkelijk open (r.o. 7).
  • Ambtshalve toetsing (r.o. 8; voetnoot 2: HvJ-EU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 en 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647; rechtsregel niet uitgewerkt): geen grond voor onrechtmatigheid.
  • Zware (art. 5.1b lid 3 Vb) en lichte gronden (lid 4): niet van toepassing/niet besproken (maatregel op art. 6 lid 3 Vw).

Conclusie en Gevolgen

Beroep ongegrond; verzoek schadevergoeding (art. 106 Vw) afgewezen; geen proceskostenveroordeling. Rechtsmiddel: hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking. Rechter mr. D. Biever; datum bekendmaking blanco.

Noten

ECLI:NL:RVS:2016:1451; ECLI:NL:RVS:2016:1452; ECLI:EU:C:2022:858; ECLI:EU:C:2025:647; Vw 2000; Vb 2000

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder