Bewaring – Tijdsverloop en zicht op uitzetting naar Algerije – ECLI:NL:RBDHA:2025:975
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 28-01-2025 | NL25.1511 | Bewaring – Geen zicht op uitzetting – Schadevergoeding | Beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 10 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
De minister heeft de maatregel opgelegd omdat eiser een risico op onttrekking aan het toezicht zou vormen en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. Dit baseert de minister op onder andere de volgende gronden:
- Eiser is Nederland niet op de voorgeschreven wijze binnengekomen.
- Hij heeft zich eerder onttrokken aan toezicht.
- Hij heeft een terugkeerbesluit ontvangen, maar heeft hieraan geen gehoor gegeven.
- Hij is ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vw en tegen hem is een inreisverbod uitgevaardigd.
Eiser heeft beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. Hij stelt dat hij buiten zijn schuld niet kan terugkeren naar Algerije, omdat de Algerijnse autoriteiten geen laissez-passer (lp) afgeven.
De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2025 op zitting behandeld.
Overwegingen Rechtbank
- Zicht op uitzetting naar Algerije
- Sinds december 2023 bestaat in algemene zin zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn. De rechtbank verwijst naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1892) en 15 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2842), waarin is geoordeeld dat Algerije ook ongedocumenteerde onderdanen terugneemt.
- In het geval van eiser heeft de minister op 13 september 2024 een lp-aanvraag ingediend. Deze aanvraag heeft echter niet tot afgifte van een lp geleid. Op 15 november 2024 is de eerdere bewaring opgeheven wegens strafrechtelijke detentie. Na afloop van die detentie is eiser opnieuw in bewaring gesteld.
- De rechtbank overweegt dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat de Algerijnse autoriteiten in dit specifieke geval medewerking verlenen aan uitzetting. De nieuwe werkwijze bij de Algerijnse consul heeft nog steeds niet geleid tot een laissez-passer.
- Inspanningen van eiser
- De rechtbank acht aannemelijk dat eiser zich voldoende heeft ingespannen voor zijn terugkeer. Hij heeft de gemeente waar hij geboren is verzocht zijn identiteit te bevestigen en heeft steeds meegewerkt aan presentaties.
- De minister heeft niet geconcretiseerd welke extra inspanningen van eiser mogen worden verwacht.
- Onrechtmatigheid van de bewaring
- Gelet op het tijdsverloop en de uitblijvende reactie van de Algerijnse autoriteiten, is geen sprake van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
- De bewaring is daarom vanaf het moment van oplegging onrechtmatig.
- Schadevergoeding en proceskosten
- De rechtbank kent schadevergoeding toe voor 14 dagen onrechtmatige bewaring.
- De minister wordt veroordeeld in de proceskosten.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep gegrond.
- Gevolgen: De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 28 januari 2025.
- Schadevergoeding: €1.900 (19 dagen onrechtmatige bewaring à €100 per dag).
- Proceskosten: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €1.814 aan proceskostenvergoeding.
Geef een reactie