HB Handboeien. Proceskostenveroordeling passend

AbRS | 22 januari 2025 | ECLI:NL:RVS:2025:172 | Hoger beroep gegrond
HB zp. Roermond / NL24.42527
Bewaring | Proceskostenvergoeding | Handboeien bij overbrenging

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, had eerder het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

De vreemdeling betoogde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding had toegekend, ondanks het oordeel dat het gebruik van handboeien bij zijn overbrenging onrechtmatig was. De Afdeling volgt dit standpunt en verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2018:1498 en ECLI:NL:RVS:2019:2738), waaruit volgt dat een proceskostenvergoeding passend is bij dergelijke gebreken in de vreemdelingenbewaring.

De overige grieven van de vreemdeling bevatten geen rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. De Afdeling ziet ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.

De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover daarbij geen proceskostenvergoeding is toegekend. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, waarbij de Afdeling een wegingsfactor licht (factor 0,5) toepast vanwege de eenvoudige aard van de zaak.

Uitspraak: Hoger beroep gegrond. Uitspraak rechtbank vernietigd voor proceskostenvergoeding. Bewaring blijft in stand. Proceskostenvergoeding toegekend (€1360,50).

Geef een reactie

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder