AbRS | 27 januari 2025 | ECLI:NL:RVS:2025:219 | Hoger beroep gegrond
HB zp. ‘s-Hertogenbosch / NL24.7248
Bewaring | Politiecel | Termijnoverschrijding | Proceskostenvergoeding
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, had eerder het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De minister betoogde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de vreemdeling niet langer dan één nacht in een politiecel mocht verblijven. De Afdeling oordeelt dat de termijn van 24 uur letterlijk moet worden opgevat als 24 klokuren. In dit geval stond vast dat de vreemdeling ruim twee uur langer in de politiecel had verbleven dan toegestaan. De Afdeling overweegt echter dat een beperkte overschrijding van de termijn niet automatisch tot onrechtmatigheid van de bewaring leidt, maar slechts de tenuitvoerlegging daarvan betreft. Omdat de vreemdeling na de overschrijding op een geschikte locatie werd geplaatst, hoefde de minister de tenuitvoerlegging niet nader te wijzigen.
Daarnaast voerde de vreemdeling aan dat hij niet adequaat was geïnformeerd over de reden van zijn bewaring, omdat hij enkel een standaardfolder ontving. De Afdeling erkent dit gebrek, maar acht het niet ernstig genoeg om de bewaring onrechtmatig te verklaren, omdat de vreemdeling voorafgaand aan de bewaring door een tolk in een taal die hij verstond was geïnformeerd. De Afdeling bevestigt het zicht op uitzetting naar Marokko uit eerdere jurisprudentie.
De Afdeling verklaart het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond, maar kent hem €30 schadevergoeding toe wegens de te lange detentie in de politiecel. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de vreemdeling vergoeden.
Uitspraak: Hoger beroep gegrond. Uitspraak rechtbank vernietigd. Beroep deels gegrond (tenuitvoerlegging). €30 schadevergoeding toegekend. Proceskostenvergoeding van €1.814 toegekend.
Geef een reactie