Rb. Amsterdam: JCS geen gespecialiseerde inrichting maar gevangenis: opheffing bewaring

Grensdetentie – Detentieomstandigheden Justitieel Complex Schiphol – ECLI:NL:RBDHA:2025:1161

Rb. Den Haag (zp Amsterdam) | 31-01-2025 | NL25.511 | Grensdetentie – Detentieomstandigheden JCS – Schouw | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, afkomstig uit Taiwan, is op 1 januari 2025 per vliegtuig op Schiphol aangekomen en heeft daar asiel aangevraagd. De minister heeft eiser op diezelfde dag een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld op 14 januari 2025. Op 16 januari 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en besloten een onderzoek ter plaatse (schouw) te verrichten in het Justitieel Complex Schiphol (JCS) op 24 januari 2025. De rechtbank heeft haar bevindingen tijdens de schouw vastgelegd en deze vormen de basis van de uitspraak.

Eiser stelt dat JCS geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn en dat de detentieomstandigheden in strijd zijn met Unierecht. De rechtbank toetst of JCS voldoet aan de eisen van een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie.

Overwegingen Rechtbank

  1. Gebouw en inrichting JCS
    • De rechtbank stelt vast dat de afdelingen in JCS waar vreemdelingen verblijven zowel qua gebouw als inrichting identiek zijn aan de afdelingen voor strafrechtelijk gedetineerden.
    • JCS is een multifunctioneel gebouw waarin zowel strafrechtelijke als vreemdelingenbewaring plaatsvindt. Dit betekent dat vreemdelingen feitelijk in een gevangenisomgeving verblijven.
  2. Organisatorische en operationele regeling
    • De rechtbank constateert dat de organisatie en het regime in JCS op veel vlakken een penitentiair karakter dragen, waaronder:
      • Nachtelijke opsluiting in een cel tussen 22:00 en 08:00 uur.
      • Verplicht verblijf in een tweepersoonscel, ongeacht voorkeur of privacy-overwegingen.
      • Beperkte toegang tot luchtplaatsen, waarbij vreemdelingen niet vrij naar buiten kunnen.
      • Beperkte bewegingsvrijheid binnen JCS; verplaatsing buiten de afdeling vereist begeleiding.
      • Beperkingen op toegang tot internet en mobiele telefoons.
      • Gebruik van detectiepoorten na bezoek aan de advocaat of medische dienst.
  3. Geen gespecialiseerde inrichting in de zin van de Opvangrichtlijn
    • Artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn vereist dat bewaring plaatsvindt in gespecialiseerde accommodaties, tenzij een lidstaat verplicht is gebruik te maken van een gevangenis.
    • De rechtbank oordeelt dat JCS onvoldoende verschilt van een penitentiaire inrichting en daarmee niet voldoet aan de vereisten van een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie.
    • De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat vreemdelingenbewaring niet gelijk mag staan aan strafrechtelijke detentie.
  4. Onrechtmatigheid van de bewaring
    • De rechtbank concludeert dat de bewaring van eiser vanaf het moment van oplegging onrechtmatig is.
    • De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep gegrond.
  • Gevolgen: De rechtbank beveelt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per direct.
  • Schadevergoeding: €3.100 (31 dagen onrechtmatige bewaring à €100 per dag).
  • Proceskosten: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €2.267,50 aan proceskostenvergoeding.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder