Uitreiking, taalproblemen, voortvarendheid bewaringsmaatregel: ongegrond

Bewaring – Voortvarend handelen en zicht op uitzetting – ECLI:NL:RBDHA:2025:1069

Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 30-01-2025 | NL25.1380 | Bewaring – Schriftelijke afdoening – Verblijf in politiecel – Voortvarend handelen | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Bulgaarse nationaliteit en geboren in 1994, is op 8 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiser heeft op 14 januari 2025 de gronden van het beroep ingediend. De minister heeft hierop op 16 januari 2025 gereageerd. Op 22 januari 2025 is het onderzoek gesloten en heeft eiser ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep.

Eiser voert aan dat:

  1. De maatregel van bewaring niet correct aan hem is uitgereikt en niet in een taal die hij verstaat.
  2. Hij langer dan 24 uur in een politiecel heeft verbleven.
  3. De minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en er geen zicht op uitzetting is.

Eiser heeft verzocht om schadevergoeding.

Overwegingen Rechtbank

  1. Uitreiking van de maatregel van bewaring
    • Eiser stelt dat de maatregel hem niet overeenkomstig artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) is uitgereikt.
    • Hij kreeg een standaard toelichting in het Turks, terwijl hij Bulgaarse ondersteuning nodig had.
    • De rechtbank overweegt dat de minister eiser mondeling heeft geïnformeerd met behulp van een Bulgaarse tolk en dat eiser bovendien heeft aangegeven de Turkse taal machtig te zijn. Omdat hij in het beroepschrift zelf heeft verzocht in het Turks gehoord te worden, acht de rechtbank hem niet in zijn belangen geschaad.
  2. Verblijf in politiecel
    • Eiser stelt dat hij langer dan 24 uur in een politiecel heeft verbleven.
    • De rechtbank stelt vast dat de termijn van 24 uur begint te lopen op het moment dat de vreemdeling formeel in bewaring is gesteld.
    • In dit geval werd eiser op 8 januari 2025 om 23:15 uur in bewaring gesteld en op 9 januari 2025 om 20:50 uur overgebracht naar het detentiecentrum. De termijn van 24 uur is daarmee niet overschreden.
  3. Voortvarend handelen en zicht op uitzetting
    • Eiser stelt dat zijn uitzetting naar Bulgarije niet binnen een redelijke termijn zal plaatsvinden en dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.
    • De rechtbank overweegt dat de minister op 13 januari 2025 een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd, nadere informatie heeft opgevraagd bij de Bulgaarse autoriteiten en op 14 januari 2025 een vluchtakkoord heeft ontvangen.
    • Op 21 januari 2025 is eiser daadwerkelijk uitgezet naar Sofia, Bulgarije.
    • De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er geen reden is om te concluderen dat zicht op uitzetting ontbrak.
  4. Lichter middel dan bewaring
    • Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen lichter middel dan bewaring werd toegepast. De rechtbank oordeelt echter dat het risico op onttrekking aan toezicht voldoende werd gemotiveerd door de minister. Het feit dat eiser geen vaste woonplaats heeft, geen middelen van bestaan heeft, en eerdere pogingen om toezicht te ontwijken heeft geleverd, rechtvaardigt de maatregel van bewaring.
  5. Ambtshalve toetsing
    • De rechtbank ziet ambtshalve geen aanleiding om te concluderen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond.
  • Gevolgen: De bewaring was rechtmatig en is inmiddels beëindigd door de uitzetting van eiser.
  • Schadevergoeding: Niet toegekend.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder