Bewaring te laat opgeheven na toegewezen vovo in verblijfskwestie. Gegrond

Bewaring – Belangenafweging en tijdigheid opheffing – ECLI:NL:RBDHA:2025:1112
Rb. Den Haag (zp Groningen) | 30-01-2025 | NL25.2086 | Bewaring – Onrechtmatigheid | Beroep gegrond, proceskostenvergoeding

Feiten en Procesverloop
De minister heeft op 14 januari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. Eiser heeft beroep ingesteld, tevens als verzoek om schadevergoeding. De minister heeft de maatregel op 22 januari 2025 opgeheven naar aanleiding van een belangenafweging. Eiser is van Ethiopische nationaliteit en geboren op [geboortedatum].

Overwegingen Rechtbank
De rechtbank volgt eiser niet in de stelling dat sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet. Het betreft hier een bezwaarschrift tegen de afwijzing van een aanvraag ex artikel 64 Vw, wat geen verblijfstitel oplevert. De rechtbank oordeelt echter dat de belangenafweging op 22 januari 2025 te laat is gemaakt. Gezien de uitspraak van de voorzieningenrechter op 17 januari 2025, waarin werd aangegeven dat aanvullende medische onderzoeken nodig waren en dat eiser niet uitzetbaar zou zijn binnen afzienbare tijd, had de belangenafweging eerder moeten plaatsvinden. De rechtbank verklaart de maatregel van bewaring onrechtmatig sinds 17 januari 2025.

Conclusie en Gevolgen

  • Beroep: Gegrond
  • Schadevergoeding: 600,-
  • Proceskostenvergoeding: 1.814,-
  • Beslissing: De minister wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder