Dublin – Onrechtmatigheid – ECLI:NL:RBDHA:2025:1177
Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 14-01-2025 | NL24.51931 | Bewaring – Beroep ongegrond, proceskostenvergoeding
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft op 29 december 2024 een maatregel van bewaring opgelegd gekregen op basis van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel heeft eiser beroep ingesteld, welk beroep tevens is aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen Rechtbank
De rechtbank overweegt dat de minister terecht de maatregel van bewaring heeft opgelegd. Eiser heeft betoogd dat de op dit moment namens de minister handelende ambtenaren niet bevoegd zijn, aangezien de mandatering niet op juiste wijze is geregeld. De rechtbank oordeelt echter dat de minister de mandatering naar behoren heeft overgenomen, door middel van de Regeling voortzetting mandaat, volmacht en machtiging beleidsterreinen Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze regeling niet geldig zou zijn, waardoor zijn beroepsgrond wordt verworpen.
De minister heeft de maatregel van bewaring gebaseerd op zware en lichte gronden. De zware gronden betrekken zich op het feit dat eiser Nederland onrechtmatig is binnengekomen, zich aan het toezicht heeft onttrokken, en geen gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit. De rechtbank concludeert dat de minister deze gronden terecht heeft gehanteerd, omdat eiser zich zonder paspoort in Nederland bevond en eerder niet heeft voldaan aan de verplichting om Nederland te verlaten.
Wat betreft de toepassing van een lichter middel oordeelt de rechtbank dat de minister terecht geen lichter middel heeft opgelegd, gezien de risico’s op onttrekking aan het toezicht. Eiser heeft eerder geprobeerd om uit Nederland te vertrekken en heeft geen blijk gegeven van bereidheid om aan zijn vertrekplicht te voldoen.
Conclusie en Gevolgen
• Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
• Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft in stand, en er wordt geen schadevergoeding toegekend.
• Proceskosten: Voor proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Noten
• ECLI:CE:ECHR:2024:0423JUD007100816.
• Vreemdelingenwet 2000, artikel 59b
• Regeling voortzetting mandaat, volmacht en machtiging beleidsterreinen Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie, 2 juli 2024