Bewaring – Informatieplicht, lichter middel, bijwonen rechtszaak in Nederland – ECLI:NL:RBDHA:2025:1181
Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 14-01-2025 | NL24.51946 | Bewaring – Beroep ongegrond, proceskostenveroordeling
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Poolse nationaliteit, is op 27 december 2024 in bewaring gesteld door de minister op basis 59 lid 1 onder a Vw. Tegen deze maatregel heeft eiser beroep ingesteld, waarbij het beroep tevens wordt aangemerkt als verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2025 behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, en een tolk was aanwezig. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Informatieplicht
Eiser voert aan dat de minister heeft gehandeld in strijd met de informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). De minister heeft hem niet schriftelijk geïnformeerd over de redenen voor de bewaring in een taal die hij begrijpt. De rechtbank overweegt dat de minister de voorschriften niet correct heeft nageleefd, maar oordeelt dat dit gebrek de bewaring niet onrechtmatig maakt, gezien de omstandigheden en het gebruik van een tolk bij het proces-verbaal voorafgaand aan de bewaring.
Bewaringsgronden
De minister heeft de maatregel van bewaring gebaseerd op verschillende gronden, waaronder het risico op onttrekking aan het toezicht. Eiser heeft betwist dat hij zich aan het toezicht heeft onttrokken, maar de rechtbank stelt vast dat eiser onrechtmatig Nederland binnenkwam en eerder niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen om Nederland te verlaten. De rechtbank oordeelt dat de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen.
Lichter Middel
Eiser stelt dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel dan bewaring, aangezien hij bereid is terug te keren naar Ter Apel om zijn asielprocedure af te wachten. De rechtbank oordeelt echter dat er voldoende risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en dat een lichter middel in dit geval niet toereikend zou zijn.
Strafzitting in Nederland bijwonen
Eiser stelt dat hij zijn strafzaak in Nederland op 27 februari 2025 in Haarlem wil bijwonen, maar de rechtbank oordeelt dat dit geen belemmering vormt voor zijn uitzetting. Eiser kan toestemming vragen om de strafzaak vanuit Polen bij te wonen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en Gevolgen
• Het beroep is ongegrond.
• Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
• Er is geen proceskostenveroordeling.
Noten
• ECLI:NL:RBDHA:2025:1181
• Vreemdelingenbesluit 2000, artikel 5.3