Aanduiding ‘verzwaarde’ belangenafweging hoeft niet in voortgangsrapport – ECLI:NL:RBDHA:2025:2713
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 24-02-2025 | NL25.6976 | Bewaring | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
De minister heeft op 11 augustus 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Op 20 januari 2025 heeft de minister de maatregel van bewaring opgeheven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en het onderzoek op 20 februari 2025 gesloten.
Eiser stelt de Tunesische nationaliteit te hebben en te zijn geboren in 1994.
Overwegingen Rechtbank
- Voortvarend handelen
- Eiser stelt dat de minister niet voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat een verzwaarde belangenafweging had moeten plaatsvinden na 180 dagen bewaring.
- De rechtbank overweegt dat:
- De bewaring is opgeheven binnen de termijn van zes maanden (sinds 11 augustus 2024).
- Op 16 januari 2025 nog een rappel is verstuurd.
- Op 9 oktober 2024 op zaaksniveau navraag is gedaan bij de Tunesische consul.
- Regelmatige vertrekgesprekken zijn gevoerd, waarvan de laatste op 30 december 2024.
- De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld.
- Zicht op uitzetting
- Eiser betoogt dat er geen zicht op uitzetting was vanwege een langdurig lopend laissez-passer (lp)-traject.
- De rechtbank stelt vast dat zicht op uitzetting naar Tunesië in het algemeen niet ontbreekt en dat de enkele omstandigheid dat de Tunesische autoriteiten nog niet hebben gereageerd, onvoldoende is om het tegendeel aan te nemen.
- Evenredige belangenafweging
- De bewaring is opgeheven na een belangenafweging, die in het voordeel van eiser is uitgevallen.
- Dat deze belangenafweging niet expliciet als ‘verzwaarde belangenafweging’ in het voortgangsrapport is vermeld, doet niet af aan het feit dat een afweging heeft plaatsgevonden.
- Ambtshalve toetsing
- De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
- Gevolgen: De bewaring was rechtmatig en blijft in stand tot het moment van opheffing.
- Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
- Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2023:3990 (ABRvS 30 oktober 2023)
- ECLI:NL:RVS:2025:275 (ABRvS 30 januari 2025)