Operatie aan oog geen reden lichter middel Dublinclaimant – ECLI:NL:RBDHA:2025:1536
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 06-02-2025 | NL25.3672 | Bewaring | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld, tevens aan te merken als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 ter zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Eiser is geboren in 1994 en heeft de Iraanse nationaliteit.
Overwegingen Rechtbank
- Grondslag ophouding
- Eiser stelt dat hij op een onjuiste grondslag is opgehouden, omdat hij als Dublinclaimant rechtmatig verblijf had en niet had mogen worden opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw.
- De rechtbank overweegt dat eisers asielaanvraag op 22 april 2024 niet in behandeling is genomen en dat hij op 3 juni 2024 met onbekende bestemming is vertrokken, waardoor zijn rechtmatig verblijf is geëindigd. De ophouding was daarom rechtmatig.
- Gronden voor bewaring
- De minister stelt dat bewaring noodzakelijk is vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en dat een concreet aanknopingspunt voor overdracht onder de Dublinverordening bestaat.
- De rechtbank overweegt dat eiser de gronden voor de bewaring niet heeft betwist en dat in ieder geval de grond dat hij zich eerder aan toezicht heeft onttrokken (3b) en alle lichte gronden de maatregel kunnen dragen.
- Lichter middel
- Eiser voert aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel vanwege zijn medische situatie. Hij had een geplande operatie voor de verwijdering van een cyste op 29 januari 2025, die door de bewaring niet kon doorgaan. Daarnaast stelt hij psychische klachten te hebben.
- De rechtbank oordeelt dat:
- De minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser detentiegeschikt is en toegang heeft tot medische zorg.
- Een arts van het detentiecentrum heeft aangegeven dat er geen medische noodzaak is voor een spoedige operatie.
- De opschorting van de overdrachtstermijn wegens eisers eerdere vertrek met onbekende bestemming terecht aan hem is tegengeworpen.
- Ambtshalve toetsing
- De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
- Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
- Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
- Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2019:1164 (ABRvS 11 april 2019)
- Dublinverordening (EU) nr. 604/2013